Financiële hoofdlijnen


We zien aan het einde van onze collegeperiode veel positieve ontwikkelingen. Meer mensen hebben een baan. Meer mensen kopen een huis. Ondernemers investeren meer. En we zien na moeilijke jaren weer een bloeiende Rotterdamse economie. Toch merkt niet iedereen de economische groei voldoende in het dagelijks leven.

Om te kunnen bouwen aan een sterke stad, zijn degelijke overheidsfinanciën nodig. Dat betekent onder andere, dat we niet meer uitgeven dan we ons kunnen veroorloven en dat we voldoende reserves hebben om tegenvallers op te kunnen vangen. Tegelijkertijd is het van groot belang om te blijven investeren in de stad en ervoor te zorgen dat daar geld voor beschikbaar is. In het coalitieakkoord is afgesproken dat het weerstandsvermogen aan het einde van deze collegeperiode sluit op minimaal € 160 mln. en dat de weerstandsratio minimaal 1,4 is. In deze begroting wordt voldaan aan die afspraken.

Op basis van de uitkomsten van de financiële kengetallen zien we dat de financiële weerstand voldoende is en de flexibiliteit aandacht verdient. Voor meer toelichting, zie het onderdeel kengetallen.

De gemeente Rotterdam stelt op twee momenten in het jaar haar begroting meerjarig bij. We kijken dan naar het huidige jaar en ook vier jaar vooruit. Dit gebeurt bij de voorjaarsnota (vlak voor het zomerreces) en bij de begroting (november). Op 6 juli 2017 heeft de Rotterdamse gemeenteraad de voorjaarsnota 2017-2021 vastgesteld. De keuzes die daarbij zijn gemaakt, zijn in de voorjaarsnota financieel verwerkt en worden in deze begroting niet opnieuw ter besluitvorming voorgelegd. Bij een aantal punten is echter specifiek aangegeven, dat ze bij de begroting financieel verwerkt zouden worden:

  • Afgelopen zomer sloten de coalitiepartijen Leefbaar Rotterdam, CDA en D66 het Zomerakkoord met Christen Unie/SGP. De financiële gevolgen voor het jaar 2017 zijn meteen verwerkt in de voorjaarsnota, door middel van een amendement. De financiële gevolgen voor de jaren 2018 en verder, worden in deze begroting opgenomen.
  • In de Voorjaarsnota is, als sluitpost voor de begroting, een taakstelling opgenomen van € 4 mln. Aan de gemeenteraad is toegezegd om bij de begroting de taalstelling in te vullen, vanuit de budgetten die in 2017 naar verwachting niet worden uitgeput. Naar nu blijkt, is de onderuitputting in deze begroting niet voldoende om zowel het Zomerakkoord als de aangenomen moties Woef en Ondermijning alswel de taakstellende onderuitputting te dekken. Daarom hebben we ervoor gekozen om de taakstelling te laten staan en bij de 10-maandsrapportage van dekking te voorzien. Dit betekent dat we bij de 10maandsrapportage opnieuw bezien of er sprake is van een meevaller of een budget dat niet volledig wordt benut en dit bedrag inzetten voor de taakstelling (€ 4 mln.).
  • Het investeringsvoorstel dat bij de voorjaarsnota is goedgekeurd, wordt in deze begroting financieel verwerkt.