Financiële positie

Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door uw raad op de financiële positie van onze gemeente. Financiële kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting en de balans. Ze helpen bij de beoordeling van de financiële positie. In dit onderdeel van de begroting is per kengetal de uitkomst weergegeven.

Het is niet wenselijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld geven van de financiële positie. Centraal in de beoordeling staan naar het oordeel van het college het exploitatiesaldo (regulier en structureel), het weerstandsvermogen en de weerstandsratio. De andere kengetallen zijn zinvolle zijlichten.

Op basis van de uitkomsten van de kengetallen zien we dat de financiële weerstand voldoende is en de flexibiliteit aandacht verdient. Er is begrotingsevenwicht, ook structureel, zoals voorgeschreven door respectievelijk het Rijk en de Provincie Zuid-Holland. Daarnaast zijn er voldoende buffers om de risico´s, als deze zich zouden voordoen, op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen komt in alle jaren boven de norm van € 160 mln. uit, en de weerstandsratio ruim boven de norm van 1,4. Deze normen zijn vastgelegd in het Coalitieakkoord.

Door onttrekkingen aan de bestemmingsreserves daalt het eigen vermogen, wat leidt tot een daling van de solvabiliteitsratio meerjarig. Vooral onttrekkingen aan het IFR en de Algemene reserve zijn daar de oorzaak van. Conform de signaleringswaarde opgesteld door de Provincie Zuid-Holland valt de waarde van de solvabiliteitsratio vanaf 2019 in de categorie meest risicovol. We willen onderzoeken hoe deze ontwikkeling kan worden gekeerd, zonder dat de investeringen in onze gemeente afnemen. Daarbij kijken we ook naar de ontwikkelingen in de andere steden uit de G4 (Amsterdam, Utrecht, Den Haag).

De gemiddelde korte schuld en het renterisicobedrag van de lopende leningen bevinden zich onder de door het Rijk vastgestelde normen (respectievelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm). Dit betekent dat het verloop van de lopende leningen goed is gespreid. Echter door toename van de investeringen en afname van de reserves neemt de financieringsbehoefte toe en zal de begroting gevoeliger worden voor grote fluctuaties in de korte en lange rente.

De netto-schuldpositie – al dan niet gecorrigeerd voor leningen die de gemeente is aangegaan ten behoeve van derden - valt in de categorie die door de Provincie Zuid-Holland wordt aangemerkt als 'minst risicovol’. Tegelijkertijd zien we dat de schuldenlast stijgt. Dit is het gevolg van een verhoging van de investeringen in materiële vaste activa in combinatie met een daling van het eigen vermogen, hetgeen leidt tot een hogere behoefte aan vreemd vermogen (leningen). De investeringen bestaan uit lopende investeringen die al eerder zijn besloten (zowel in huidige college als in vorige colleges) en de nieuwe investeringskredieten. Indien deze trend zich voortzet, zal het op den duur moeilijk zijn om het huidige niveau van gemeentelijke investeringen vast te houden.

Een aandachtspunt blijft de ontwikkeling van het EMU-tekort, dat vooral als gevolg van hoge geraamde investeringen vrij groot is. Het Rijk heeft geen referentiewaarden bepaald voor 2017 en latere jaren. Hierdoor ontbreekt een norm waartegen het geraamde EMU-saldo afgezet kan worden. Wel zien we steeds opnieuw deze ontwikkeling: bij begroting is er sprake van een negatief EMU-saldo en bij jaarrekening is er vrijwel geen tekort meer. Oorzaak is met name het planningsoptimisme bij investeringen. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van de ramingen. In de praktijk blijkt het planningsoptimisme echter een taai fenomeen dat vooral tegengegaan kan worden door verbeteringen in cultuuraspecten. Hiertoe worden kennis- en informatiebijeenkomsten georganiseerd voor projectmanagers en wordt het onderwerp investeringen expliciet meegenomen bij het periodiek opstellen van prognoses. Daarnaast zetten we in op verbeteringen in de techniek en in de systemen zodat op elk moment een goed inzicht verkregen kan worden in de uitnutting van de investeringskredieten.

Tot slot toont het kengetal grondexploitaties een gunstig beeld, en geeft het kengetal van de belastingcapaciteit geen reden tot zorg.