Uitgangspunten begroting

In de financiële tabellen zijn de verschillende kolommen als volgt te lezen:

  • kolom 2016: betreft de rekeningcijfers van 2016
  • kolom 2017 - 2021: betreft de stand van de Voorjaarsnota + verwerking van de mutaties in deze begroting (lopende jaar)
Generieke doorbelasting

Door wijzigingen in de verslaggevingsregels voor gemeenten worden alle overheadkosten met ingang van het begrotingsjaar 2017 apart in het programma Overhead weergegeven. Overhead omvat zowel de algemene bedrijfsvoeringsondersteuning (ICT, huisvesting, enz.), als clusterondersteuning van alle organisatieonderdelen. De totalen van de overheadkosten staan vermeld in de regel ‘resultaat’ van de tabel ‘baten en lasten’. Ten behoeve van het inzicht worden de overheadkosten ook verdeeld over de beleidsprogramma’s. De overheadkosten van de producten Concernondersteuning en Concernhuisvesting worden op basis van begrote personele bezetting via een verdeelsleutel over de programma’s verdeeld. Bij de afzonderlijke beleidsprogramma’s worden de aan het betreffende programma toegerekende overheadkosten in een aparte tabel ‘toerekening overhead aan programma’ getoond.

Indexering

De gemeentelijke begroting wordt in principe jaarlijks bijgesteld voor de verwachte prijsontwikkelingen, voor zover mogelijk gebaseerd op inflatiepercentages van het Centraal Planbureau (CPB) van maart. Voor de twee voorafgaande begrotingsjaren vindt een nacalculatie plaats. Voor ‘materiële budgetten’ wordt bijvoorbeeld de 'prijs overheidsconsumptie, netto materieel' (IMOC) gebruikt. Het trendpercentage 2018 voor de categorie ‘materieel’ hebben wij aangepast van 2,3% naar 1,15%.

Voor belastingen, leges, prijzen en tarieven wordt in principe de 'consumentenprijsindex' (CPI) gehanteerd (1,7%). Voor de loongevoelige budgetten worden de ‘te verwachten’ ontwikkelingen inzake de cao ‘gemeenteambtenaren’ en sociale lasten gebruikt (3%). Het laatstgenoemde percentage wordt bij de omissieregeling aangepast. De VNG en de vakbonden FNV, CNV en CMHF hebben op 4 juli 2017 een principeakkoord gesloten over de nieuwe Cao-gemeenteambtenaren. Deze cao kent een looptijd van 1 mei 2017 tot en met 31 december 2018. De verwachting is dat de onderhandelaars na de ledenraadpleging het akkoord op 5 oktober 2017 bekrachtigen. Vervolgens worden de financiële gevolgen verwerkt in de omissieregeling 2018.

Subsidies worden in principe met 2,1% opgehoogd, een saldo van de trend van 2,8% en een taakstelling van 0,7%. Dit geldt niet voor de subsidies die de gemeente betaalt uit de integratie-uitkering Sociaal Domein. Hiervoor geldt een afwijkende systematiek.

Trendcategorie

Toelichting

Percentage 2018
(inclusief bijstellingen)

Personeel (inclusief inhuur)

Berekening o.b.v. veranderingen van salaris en werkgeverspremies

3

Materieel

Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (= IMOC)

1,15

Subsidies

70% x Personeel + 30% x Materieel

2,1

Belastingen, leges en tarieven

Consumentenprijsindex (CPI)

1,7

Raming Gemeentefonds

De raming van het Gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2017. Onze gedragslijn is om daarbij niet teveel vooruit te lopen op wat naar verwachting in komende circulaires Gemeentefonds wordt opgenomen. Gezien het gegeven dat de meeste partijen in de Tweede Kamer per saldo willen intensiveren op voor het Gemeentefonds relevante uitgaven, is de algemene uitkering van het Gemeentefonds bij de Voorjaarsnota 2017 met ingang van 2018 met 0,5% (€ 5 mln.) opgehoogd, jaarlijks oplopend met 0,25% (€ 12,5 mln. in 2021).

Omslagrente

Bij de Voorjaarsnota 2017 is besloten met ingang van begroting 2018 en verder de omslagrente over investeringen te verlagen van 3 naar 2,5 %. In de Voorjaarsnota 2017 zijn de financiële effecten voor het gehele concern nog verrekend op het product Financiering. Daarbij is op het product Financiering een stelpost opgenomen. Bij begroting 2018 / tweede herziening 2017 vindt de verrekening met alle gemeentelijke producten plaats. Na deze verrekening resteert er nog een stelpost van € 500 om onvoorziene rente-effecten te kunnen opvangen (zie verder product Financiering en paragraaf Financiering).

Financiële uitgangspunten voor grondexploitaties

Voor een betrouwbare inschatting van de waardeontwikkeling van de grondexploitatie portefeuille zijn verschillende externe factoren van invloed. Als gevolg van economische ontwikkelingen kan er sprake zijn van prijswijzigingen. In de grondexploitatie rekent de gemeente daarom met langjarige gemiddelde parameters voor kosten- en opbrengstenstijging en renteontwikkelingen. Een wijziging van de langjarige parameters heeft grote invloed op de uitkomst van de netto contante waarde-berekening (NCW-berekening).

  • Rentepercentage 1,7%
  • Disconteringsvoet 2% (voorgeschreven in de BBV)
  • Kostenstijging 2,0%
  • Opbrengstenstijging 1,0% (gedurende de komende 10 jaar, daarna vanuit voorzichtigheidsprincipe 0%)

Jaarlijks vindt in het vierde kwartaal een analyse plaats om te bepalen of een aanpassing nodig is voor de langjarige parameters.

NB Het BBV schrijft voor dat het langjarig te hanteren rentepercentage voor de grondexploitaties bepaald wordt naar rato vreemd vermogen/totaal vermogen. Voor de daadwerkelijk toe te rekenen rente over een jaarschijf dient na afronding van die jaarschijf nacalculatie plaats te vinden van het daadwerkelijk gerealiseerde rentepercentage.