Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten
  1. Verhogen van het aantal Rotterdammers dat deelneemt aan activiteiten op het terrein van cultuur, sport en beweging.
  2. Uitvoering van de Sportnota 2017-2020.
  1. Sportvoorzieningen krijgen een betere kwaliteit en uitbreiding van capaciteit.
  2. Verzelfstandigingen: uitvoering verzelfstandiging sport en overgang  natuur- en milieueducatie (NME) naar zelfstandig bedrijf.
  3. Uitvoering van het Cultuurplan 2017-2020, inclusief de daarin opgenomen speerpunten: (aantoonbare) vergroting en verbreding van het publieksbereik, vernieuwing en innovatie, cultuureducatie en talentontwikkeling, internationale profilering en samenwerking.
  4. Met incidentele subsidies initiatieven mogelijk maken die bijdragen aan een breed publieksbereik, talentontwikkeling en innovatie.  
  5. Ontwikkeling en uitvoering van strategische beleidsdossiers op het gebied van cultuur, waaronder creatieve industrie, alternatieve financieringsvormen en collectiebeleid.
  6. Realisatie van (her)huisvesting van een aantal culturele voorzieningen, zoals het Collectiegebouw Boijmans Van Beuningen en Kunstenpand in Hart van Zuid.
Toelichting prioriteiten
1.   Verhogen van de cultuur- , sport- en beweegdeelname door Rotterdammers

Het college ondersteunt, stimuleert en ontwikkelt het culturele en sportieve klimaat. Een van de doelen is dat meer Rotterdammers deelnemen aan culturele en sportieve activiteiten. Met een uitgebreid aanbod aan voorzieningen en activiteiten draagt de sport- en cultuursector bij aan talentontwikkeling en participatie.

2.   Uitvoering Sportnota 2017-2020

In oktober 2016 stelde de gemeenteraad de Sportnota 2017-2020 ’Sport beweegt Rotterdam’ vast. In deze nota zijn vier ambities vastgesteld:

  • De stad nodigt uit tot bewegen en sporten door versterking van de sportvoorzieningen
  • Meer Rotterdammers gaan sporten en bewegen
  • Brede inzet van sport en bewegen, met bijdragen aan de gezondheid, talentontwikkeling, activering en participatie van Rotterdammers, en aan de stedelijke economie
  • Realisatie van een spin-off van sportevenementen en topsport

Deze ambities zijn uitgewerkt in het implementatieplan sportnota 2017+. Een toelichting op de acties en maatregelen staat beschreven bij het product Sport en recreatie [link] in deze begroting.

3.   Betere kwaliteit en uitbreiden van capaciteit van sportvoorzieningen

Om alle Rotterdammers zo veel mogelijk te laten sporten en bewegen, is een goed aanbod aan sportvoorzieningen noodzakelijk. Het college investeert vanaf 2017 extra in de sportvoorzieningen. Het college doet dit via twee sporen:

  • Basis op orde: het op het gewenste conditieniveau brengen en borging van de bestaande sportvoorzieningen
  • Kwaliteitsslag: maatregelen om de kwaliteit van sportvoorzieningen te verhogen en om capaciteitsknelpunten op te lossen

Voor een omschrijving van de maatregelen: zie in deze begroting de toelichting bij het product Sport en recreatie.

4.   Verzelfstandigingen: zelfstandig sportbedrijf en overgang NME

De gemeente verzelfstandigt de uitvoering van de taken rond sportvoorzieningen (zwembaden, sporthallen, gymzalen en sportvelden) en sportprogrammering (sportregie, schoolsport, buurtsport en sportieve evenementen). Deze taken brengt de gemeente onder bij een sportbedrijf. Dit sportbedrijf wordt een besloten vennootschap, met de gemeente Rotterdam als enig aandeelhouder. Het sportbedrijf start per 1 januari 2018. De gemeente sluit een contract af met het sportbedrijf over de te leveren producten, prestaties en kwaliteitscriteria, en stelt hiervoor een budget beschikbaar.

Het college nam in 2017 een voorgenomen hoofdlijnenbesluit om de uitvoerende taken voor kinderboerderijen en de natuur- en milieueducatie te verzelfstandigen. Deze taken komen terecht bij een zelfstandige stichting, die hiervoor van de gemeente een subsidie krijgt. In 2018 vindt de voorbereiding op de verzelfstandiging plaats. In de overgangsperiode neemt het college de wensen en bedenkingen mee die de gemeenteraad heeft geuit. De verzelfstandigde stichting moet 1 januari 2019 van start gaan.

5.   Uitvoering van het Cultuurplan 2017-2020

Speerpunten in het cultuurbeleid 2017-2020 zijn: aantoonbare vergroting en verbreding van het publieksbereik, innovatie, cultuureducatie en talentontwikkeling, internationale profilering en samenwerking.

Het Cultuurplan 2017-2020 telt tachtig culturele organisaties die deze speerpunten gezamenlijk uitvoeren. Voor de vergroting en verbreding van het publieksbereik voert de culturele sector samen met Rotterdam Festivals onderzoek uit onder publiek en non-publiek. Dit onderzoek strekt zich uit over de gehele looptijd van het Cultuurplan 2017-2020. Voor de nationale en internationale profilering van de stad door kunst en cultuur heeft het college in 2017 een expertmeeting (IABx) gehouden. Deze IABx is een speciaal traject van de International Advisory Board. Met ingang van 2018 voert het college de resultaten hiervan uit. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de culturele sector en Rotterdam Partners. Eveneens met ingang van 2018 voert de gemeente de uitkomsten door van een breed onderzoek naar de transparantie en effectiviteit van cultuureducatie in onze stad. De gemeente doet dit samen met de culturele sector en de onderwijssector.

6.   Incidentele subsidies

Naast het Cultuurplan kent de gemeente diverse subsidieregelingen voor de uitvoering van eenmalige culturele projecten (de incidentele subsidies). Met deze regelingen wil de gemeente culturele ontwikkelingen stimuleren. Voorbeelden van dergelijke regelingen zijn de regeling voor cultuur in de gebieden, de innovatieregeling CityLab010 en de regelingen voor projecten op het terrein van podiumkunsten, visuele kunsten en literatuur & cultureel erfgoed. Per jaar ontvangt de gemeente ongeveer 900 subsidieverzoeken op het terrein van cultuur; zo'n 600 initiatieven krijgen een financiële bijdrage. Het college zal de regelingen herijken teneinde deze nog beter ten dienste te stellen van enerzijds de behoeften van de culturele sector en anderzijds de beleidsdoelstellingen van de gemeente.

7.   Ontwikkeling en uitvoering van strategische beleidsdossiers op het gebied van cultuur

In 2017 nam het college de ontwikkeling en uitvoering ter hand van een aantal strategische beleidsdossiers. De onderwerpen van deze dossiers zijn de creatieve industrie, nieuwe financieringsvormen, collectiebeleid, cultuur in de gebieden, atelier- en broedplaatsenbeleid, lokale omroep/media, diversiteit in de culturele sector, regionale samenwerking en de relatie tussen cultuur enerzijds en welzijn en zorg anderzijds. Daarnaast onderzoekt het college met het ministerie van OCW, provincies en de grotere Nederlandse gemeenten de mogelijkheden van een nieuw stelsel van landelijke cultuursubsidiëring. De ontwikkelingen op deze terreinen gaan in 2018 onverminderd voort. Over de ontwikkelingen zal het college de gemeenteraad regelmatig informeren.

8.   Realisatie van (her)huisvesting van een aantal culturele voorzieningen

In 2016 en 2017 zijn besluiten genomen over de herhuisvesting van enkele culturele voorzieningen en de bouw van een collectiegebouw voor Museum Boijmans Van Beuningen. Daarnaast loopt de ontwikkeling van het atelier- en broedplaatsenbeleid.

Indicatoren

Soort indicator (collegedoelstelling, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting

Realisatie 2016

Prognose
2017

2018

Naam monitor

BBV

Niet sporters

%

53,5 %
(realisatie 2014)

n.n.b

n.n.b.

RIVM Zorgatlas

Overig

Target sportparticipatie:
Omgevingsindex

Mijlpaal

59%

60%

VTO

Realisatie (incl. peildatum)

59% najaar 2013

62% (najaar 2015)

62 %

62 %

Overig

Aantal Lekker Fit!-scholen

Mijlpaal

Realisatie (incl. peildatum)

94

94

94

N.B.: alle gemeenten zijn in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht een aantal door het Rijk voorgeschreven beleidsindicatoren in hun begroting op te nemen. Dit met oog op onder anderen het vergroten van de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten. Alle gemeenten moeten gebruik maken van dezelfde bronnen en peildata. Via de website http://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/ is vergelijking met andere gemeenten mogelijk.

Toelichting indicatoren

Sportparticipatie: sinds 1995 laat de gemeente de mate waarin Rotterdammers deelnemen aan sport meten in het Vrijetijdsonderzoek (VTO). Dit gebeurt eens per twee jaar.

Uit het meest recente VTO, najaar 2015, blijkt dat 62% van de Rotterdammers tussen 6 tot 80 jaar voldoet aan de definitie van sporter. Met sportdeelname wordt bedoeld: minstens twaalf keer sporten in de afgelopen twaalf maanden, zoals dat ook is vastgelegd in de landelijke richtlijn sportdeelname onderzoek (RSO). Twee en vier jaar eerder was de uitkomst 59%. De laatste meting laat dus een lichte stijging zien.