Ontwikkelingen

Arbeidsmarkt

Het economisch herstel zet door. De landelijke werkloosheid is gedaald en de werkgelegenheid neemt toe. De groei van de werkgelegenheid is vooral merkbaar in de techniek, transport en logistiek, specifieke zakelijke dienstverlening, groothandel, detailhandel, horeca, ICT en bouw. De grootste toename zit in flexibele vormen van arbeid, zoals uitzendwerk en tijdelijk contracten. Nog niet iedereen profiteert, in dezelfde mate, van deze ontwikkelingen. Vooral werkzoekenden met een kwetsbare arbeidsmarktpositie zoals langdurig werklozen, ouderen en lager opgeleiden, hebben nog steeds veel moeite om werk te vinden. Ze voldoen vaak nog niet om op de korte termijn aan de stijgende eisen van werkgevers en moeten concurreren met andere werkzoekenden met een betere arbeidsmarktpositie, zoals WW'ers en herintreders. Om de arbeidsmarktpositie van werkzoekenden in de bijstand duurzaam te versterken wordt ingezet op het verbeteren en effectiever maken van de aanpak van arbeidsontwikkeling met als doel werkzoekenden meer competitief te maken voor de arbeidsmarkt. Ook zoekt de gemeente vanuit de werkgeversaanpak specifieker naar sociale werkgevers die kansen willen creëren voor onze doelgroep.

ICT

Cluster Werk en Inkomen is intensief bezig haar dienstverlening te vernieuwen, dit betreft de dienstverlening richting de burger maar ook het efficiënter en effectiever inrichten van de uitvoeringsprocessen. Belangrijke elementen zijn; differentiatie in dienstverlening (zelf doen waar het kan), zelfredzaamheid, werk voor inkomen en vermindering van de administratieve last. Naast burgers zijn ook werkgevers van groot belang in het toesnijden van onze dienstverlening.
Dit vertaalt zich naar inrichtingsvraagstukken en –principes zoals; zelfservice voor burgers en bedrijven, het verkrijgen van een integraal klantbeeld, automatisering van aanvragen, zaakgewijs werken met digitale dossiers en sturing op doorlooptijden.

Het is een noodzakelijke ontwikkeling om de dienstverlening voor onze burgers en bedrijven op een niveau te krijgen zoals we in de maatschappij gewend zijn, waarbij door digitalisering ondersteunde klantprocessen gebruikelijk zijn.

Professionals in de uitvoering - en vanaf 2017 ook burgers - zijn afhankelijk van de hierboven geschetste modernisering van de dienstverlening.
Werk en Inkomen ontwikkelt zich steeds meer tot een ‘ICT-bedrijf’, dat de ontwikkelingen en mogelijkheden van de toenemende digitalisering wil benutten.
Daarnaast is er een technologische noodzaak deze modernisering door te voeren. Het belangrijkste uitkeringssysteem (bijstand) voor de gemeente is de applicatie Socrates. Deze G4-applicatie is ontwikkeld en wordt beheerd door het G4 samenwerkingsverband Wigo4it (Amsterdam, Rotterdam, Den-Haag en Utrecht) en is inmiddels tien jaar oud en gebaseerd op deels verouderde technologie.
Om de basisdienstverlening goed te borgen ontwikkelt het applicatielandschap en neemt de financiële bijdrage aan Wigo4it toe.

In het G4 samenwerkingsverband loopt momenteel het Innovatieprogramma PPI (Professional Portal Innovatie). Dit moet leiden tot een nieuwe applicatie genaamd Edison. Deze applicatie zal samen met Socrates moderne ondersteuning gaan leveren voor de uitkeringsprocessen, maar ook voor de uitvoeringsprocessen in het Werkdomein. Door Edison wordt de ondersteuning voor de professional in de gemeente gemoderniseerd en krijgt de burger digitale toegang zodat hij of zij zelf de dienstverlening voor inkomen of werk kan regelen (werk vinden of een uitkering aanvragen). In 2017 worden de eerste producten uit het innovatieprogramma bij de G4 geïmplementeerd. Door de complexiteit van het programma duurt het programma echter langer dan verwacht en worden hiervoor nu extra middelen ter beschikking gesteld.

De modernisering middels Edison, en het uiteindelijk vernieuwen van Socrates, is een majeure en kostbare operatie. Het eerdergenoemde G4 Innovatieprogramma PPI neemt de eerste grote stap voor haar rekening. Echter vanaf medio 2019, als PPI is afgerond, dient de doorontwikkeling van Edison en Socrates door te gaan en dient Socrates opgebouwd te worden met moderne technologie. Dit zal op termijn substantiële investeringen vragen, waarvan de financiële consequenties voor de gemeente Rotterdam nog niet bekend zijn.

Samenwerking Sociaal Domein

Met de invoering van de Jeugdwet, WMO en de Participatiewet is samenhangende dienstverlening aan Rotterdammers nog meer van belang geworden. Hierbij stelt de gemeente centraal dat Rotterdammers zoveel mogelijk zelfstandig kunnen meedoen aan de samenleving. Door uitkeringsverstrekking als dat nodig is en door iemand aan het werk te helpen waar dat kan. Daarom zet de gemeente de komende periode in op zinvolle dagbesteding, ontwikkelmogelijkheden naar werk in de wijk, stabiel inkomen waarin continuïteit gewaarborgd is en passende en afgestemde gemeentelijke dienstverlening.

Ontwikkelingen BUIG-budget

BUIG staat voor Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten. Het Rijk stelt in de vorm van het BUIG-budget middelen beschikbaar om de sociale uitkeringslasten in het kader van de Participatiewet te betalen. Voor de bepaling van de middelen per gemeente wordt gebruik gemaakt van een verdeelmodel. Dit verdeelmodel levert voor 2017 en volgende jaren onvoldoende budget op voor Rotterdam om aan de geraamde uitkeringslasten te kunnen voldoen.
Voor de verdeling van de middelen die beschikbaar zijn voor 2018 is gewerkt aan een verfijning van het huidige model. Daarnaast is door middel van onderzoek naar een verklaring gezocht voor de negatieve en positieve uitschieters bij de verdeling in 2017. De uitkomst van het onderzoek naar de verfijning van het model zorgt voor aanpassingen in het verdeelmodel. Onderzoek toont ook aan dat de gemiddelde prijs van een uitkering sterk verschilt per gemeente. Het verdeelmodel houdt daar op dit moment geen rekening mee. De staatssecretaris heeft toegezegd dit nader te laten onderzoeken om mogelijk te laten verwerken in het verdeelmodel 2019. De uitkomsten van het huidige verdeelmodel doen de gemeente Rotterdam, net als de overige G4 gemeenten, tekort. Naast de verdeling van het budget speelt ook de omvang van het totale budget (macrobudget) een rol. Het in 2016 door het Rijk uitgekeerde macrobudget was € 271 mln te laag om de betaalde uitkeringslasten (landelijk) te dekken. In de lobby naar het Rijk wordt door de G4, VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en Divosa ingezet op verhoging van het (macro)budget. Vooralsnog heeft de staatssecretaris voor deze gevraagde aanpassingen naar het nieuwe kabinet verwezen. Tijdens een VNG-congres op 14 juni 2017 is met grote meerderheid een motie aangenomen, waarin het VNG-bestuur wordt opgeroepen om adequate financiering van wettelijke taken onderdeel van – en voorwaarde voor – een te sluiten bestuursakkoord met een nieuw kabinet te maken.
Bovengenoemde ontwikkelingen en feiten maken het onmogelijk om een betrouwbare raming af te geven van het BUIG-budget voor de komende jaren. Daarom hanteert de gemeente in deze begroting dezelfde ramingssystematiek als de afgelopen jaren, waarin voor het lopende en eerstvolgende begrotingsjaar een raming van baten en lasten wordt opgenomen op basis van de meest recente realisatiecijfers en de voor ons bekende informatie vanuit het Rijk en voor de jaren daarna uitgegaan wordt van kostendekkendheid.

Maatregelen voor het reduceren van het verwachte tekort op de BUIG

Om het tekort op de BUIG in 2017 en de daaropvolgende jaren te reduceren zet de gemeente Rotterdam een aantal maatregelen in. Naast de inzet op uitstroom naar werk en handhaving wordt er nog meer aandacht besteed aan:

  • het begeleiden van bijstandsgerechtigden naar deeltijdbanen (partiële inkomsten)
  • continuering van de inzet op gehele uitstroom naar werk.
  • de verhoging van de incasso opbrengsten
  • het vasthouden van de verbetering op de rechtmatigheid

Deze aanvullende maatregelen leiden naar verwachting tot een reductie van het verwachte tekort BUIG van ca. € 6,5 mln vanaf 2018.

Indien het verdeelmodel niet wordt aangepast en het BUIG-budget niet wordt heroverwogen ontstaat er vanaf 2019 naar verwachting een structureel tekort van ca. € 50-60 mln per jaar.