Bijstellingen

Aansluiting met voorgaande begroting (saldo na reservering)

Begroting
2017

Begroting
2018

Raming
2019

Raming
2020

Raming
2021

Werk

Oorspronkelijke begroting

-143.689

-136.754

-132.652

-132.052

-132.052

Wijzigingen BBV-omissie 2017

0

0

0

0

0

Wijzigingen Omissieregeling 2017

1.070

251

0

0

0

Bijstellingen voorjaarsnota 2017-2021

-1.441

-4.468

-7.064

-8.113

-8.292

Bijstellingen huidige begroting (betreft 2018-2021 incl. 2e herziening 2017)

-4.673

-1.333

-5.271

-4.643

-5.561

Totaal bijgestelde begroting

-148.733

-142.304

-144.987

-144.809

-145.905

Bijstellingen product (x 1.000)

Begroting
2017

Begroting
2018

Raming
2019

Raming
2020

Raming
2021

Werk

Reserves

0

0

0

0

0

Bestemmingsreserve Taaleis

0

0

0

0

0

Taakmutaties

-5.370

-4.098

-3.758

-3.380

-3.223

Impuls Klantprofielen

-89

0

0

0

0

Sociaal Domein Participatie

-5.282

-4.098

-3.758

-3.380

-3.223

Technische Wijzigingen

698

2.765

-1.513

-1.263

-2.338

Actualisatie doorbelasting Overhead concernondersteuning en concernhuisvesting

0

-9

-1.461

-1.212

-2.094

Extra budget voor MO tegenprestatie

400

733

0

0

0

Formatieve wijzigingen

-29

37

-56

-56

-248

Overheveling budget werkende minima <130%

0

2.000

0

0

0

Uitsplitsing instroom nieuw Beschut

0

0

0

0

0

WSW Lage inkomensvoordeel 2017

0

0

0

0

0

Overige mutaties en interne rente

327

4

5

5

5

Totaal

-4.673

-1.333

-5.271

-4.643

-5.561

Reserves
Bestemmingsreserve Taaleis (€ 0)

Uit de resultaatbestemming 2016 is de bestemmingsreserve Taaleis voor € 2 mln gevormd. Deze reserve dient ter dekking van de verwachte kosten in 2017 en 2018 als gevolg van uitvoering van de wet Taaleis. Voor beide jaren wordt een onttrekking van € 1 mln geraamd. De mutaties zijn op productniveau neutraal.

Taakmutaties
Impuls Klantprofielen (- € 89)

De centrumgemeenten in de 35 arbeidsmarktregio’s ontvangen in 2017 elk een bedrag van € 89 als stimulans om het aantal gemeentelijke klantprofielen op het gewenste niveau te krijgen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het realiseren van de banenafspraak

Sociaal Domein Participatie (van- € 5,3 mln tot - € 3,2 mln)

Er is meerjarig vanuit het Gemeentefonds aanvullend budget beschikbaar gesteld. Grotendeels heeft dit te maken met het afschaffen van de onderlinge verrekening van bedragen tussen gemeenten voor de WSW. Het restant is aanvullend budget voor re-integratie.

Technische Wijzigingen
Actualisatie doorbelasting Overhead concernondersteuning en concernhuisvesting (van - € 9 tot - € 2,1 mln)

De berekening en de totstandkoming van de doorbelasting overhead concernhuisvesting en concernondersteuning wordt toegelicht bij het programma Overhead.

Extra budget voor tegenprestatie (van € 400 tot € 733)

De invoering van de ‘tegenprestatie’ (product Maatschappelijke Participatie en Activering) in alle wijken van Rotterdam vraagt om de meer inzet, waarvoor een deel van het budget voor re-integratie (product Werk) wordt overgeheveld. Dit betreft € 400 voor 2017 en € 733 voor 2018.

Formatieve wijzigingen (van - € 29 tot - € 248)

Naast een aantal beperkte mutaties binnen het product zijn de volgende belangrijke wijzigingen op concernniveau doorgevoerd:

  • Afroming garantiebanen jaarschijf 2021:

In de Begroting 2017 zijn de financiële middelen voor de realisatie van garantiebanen meerjarig (2017-2020) ondergebracht binnen programma Werk en Inkomen. De verwerking voor het jaar 2021 vindt op dit moment plaats. De mutatie is op concernniveau neutraal aangezien vanuit alle clusters naar rato bijgedragen wordt door een afroming van de personeelsbudgetten op basis van de huidige verdeling van de loonkosten.

  • De gemeente Rotterdam heeft als werkgever over tien jaar een opgave van 400 garantiebanen, opgebouwd uit 40 per jaar. Dit betreft 29 fte formatieplekken per jaar uitgaande van 25,5 uur per garantiebaan. De financiering hiervan heeft al plaatsgevonden door overheveling van budget vanuit alle programma’s. De mutaties zijn op concernniveau neutraal.
  • Het begeleiden van SW-ers, mensen in een garantiebaan en herplaatsingskandidaten in de functieschalen 1-3 is geconcentreerd bij het cluster Werk en Inkomen. De ambtelijke capaciteit voor de begeleiding van deze banen wordt in de formatie van Werk en Inkomen opgenomen en wordt gedekt uit de participatie middelen.
Overheveling budget werkende minima <130% (€ 2 mln)

Bij de uitwerking van het Zomerakkoord is besloten om de € 2 mln voor de regeling werkende minima bij de begroting 2018 over te hevelen naar het product Armoede om daarmee het budget op één plek te hebben.

Uitsplitsing instroom nieuw Beschut (€ 0)

Beschut werk is expliciet als instrument in de Participatiewet opgenomen vanuit het oogpunt dat er altijd een groep mensen is die wel loonwaarde heeft, maar deze loonwaarde uitsluitend in een beschutte omgeving kan realiseren. Elke gemeente heeft bij ministeriële regeling een verplicht aantal te realiseren werkplekken aangewezen gekregen. Voor Rotterdam gaat het om 107 te realiseren werkplekken van gemiddeld 31 uur ultimo 2017. Voor 2018 gaat het om (voorlopig) 188 plekken. De hieraan gerelateerde personeelslasten worden voor 2017 geraamd op € 584 en voor 2018 op € 3,7 mln.

Lage-inkomensvoordeel (LIV) (€ 0)

Het LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten van werknemers met een laag loon en geldt met ingang van 1 januari 2017.
Het geraamde bedrag over 2017 van € 860 is berekend op basis van de huidige WSW-populatie.
Omdat de uitbetaling pas in 2018 plaatsvindt en nog niet zeker is of de komende jaren ook recht bestaat op het LIV is alleen voor 2017 een bedrag opgenomen. Deze extra baten worden ingezet voor de begeleiding van werkzoekenden naar werk. Hierbij gaat om inzet van apparaat, derhalve is de mutatie op productniveau neutraal.
Bij de bijstellingsmomenten van 2018 en verder wordt bepaald of en voor welk bedrag de tegemoetkoming alsnog in de begroting wordt opgenomen. De mutaties zijn op productniveau neutraal.

Overige mutaties en interne rente (van € 327 tot € 5)

Op basis van de meest recente verwachtingen zijn de budgetten bijgesteld. Deze bijstelling bestaat onder andere uit de hogere omzetverwachting bij de Sociale Werkvoorziening van € 245.
Als gevolg van de verlaging van de omslagrente (het interne rentepercentage) van 3,0% naar 2,5% zijn de rentelasten in de meerjarenbegroting bijgesteld. Dit wordt toegelicht in het hoofdstuk financiële hoofdlijnen.