Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten
  • Leren Loont!.
  • Rotterdam Onderwijsstad
  • Masterplan Onderwijs
  • Onderwijs aan kinderen van statushouders en asielzoekers
  • Onderwijshuisvesting
  • Aanpak schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten
  • NPRZ en Children’s Zone
  • Schoolzwemmen
Toelichting Prioriteiten
Leren Loont!

Rotterdam zet in op het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs. Dat betekent concreet dat:

  • de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse opvang toeneemt
  • de onderwijsresultaten verbeteren
  • leerlingen die excelleren het aanbod krijgen dat ze nodig hebben
  • de kwaliteit van de scholen stijgt en het aantal zwakke scholen daalt
  • de beste leraren voor de klas staan
  • leerachterstanden zoveel mogelijk worden aangepakt
  • de samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg verbetert.

Het college heeft voor de periode 2015-2018 het programma Leren Loont! vastgesteld. Leren Loont! is in samenwerking met schoolbesturen, leraren, ouders en andere betrokkenen. Het doel is de onderwijsresultaten van Rotterdamse leerlingen te verhogen door de kwaliteit van het onderwijs te vergroten. Leren Loont! is opgebouwd langs vijf thema’s .In samenhang met elkaar moeten verschillende maatregelen binnen deze thema’s de kwaliteit van het Rotterdamse onderwijs vergroten.
Dit beleid lijkt zijn vruchten af te werpen: het gaat in het algemeen goed en steeds beter met het Rotterdamse onderwijs. We bereiken steeds betere resultaten, hogere uitstroom en hebben minder uitvallers. De onderwijsresultaten bereiken of benaderen op steeds meer punten het landelijk gemiddelde.

Vliegende Start
De opvang van de allerkleinste Rotterdammertjes moet van hoge kwaliteit zijn. Alle Rotterdamse peuters verdienen een vliegende start. Het streven is dat zij zonder achterstanden en goed voorbereid aan de basisschool beginnen. De afgelopen jaren is de toegankelijkheid verbeterd: de wachtlijst voor de voorschool is tussen 1 oktober 2015 en 1 april 2017 met 50% gedaald, van ruim 1.100 naar 527 peuters. Om deze wachtlijsten in 2018 verder terug te dringen, zal overleg met de instellingen plaatsvinden over de verdeling van de groepen over de stad. Van de 2- en 3-jarige doelgroeppeuters wordt 93% bereikt; daarmee is de doelstelling uit Leren Loont! (bereik van 80% van de 3-jarige doelgroeppeuters in 2018) nu al ruim behaald. Om nog beter die peuters te bereiken die vve nodig hebben, is een nieuwe aangescherpte doelgroepdefinitie door het college vastgesteld. Per 1 oktober 2017 treedt deze in werking: daardoor worden in 2018 nog meer peuters bereikt.
Naast bereik, investeert het college ook in kwaliteit van voorschoolse educatie. De voorschoolse educatie in Rotterdam een enorme kwaliteitsimpuls gehad; in pedagogisch beleid, professionele aansturing en educatieve programma’s. Alle peuterspeelzalen zijn omgezet naar kinderdagverblijven (met uitzondering van een klein aantal peuterspeelzalen dat zonder subsidie van de gemeente verder gaat) en peuters kunnen in de geharmoniseerde groepen terecht ongeacht de situatie van hun ouder, of hun risico op een ontwikkelingsachterstand. Inmiddels zijn er 583 geharmoniseerde groepen.
In 2018 zal de gemeente, samen met het veld verder zorgdragen, dat de ambities – zoals gesteld in het Rotterdams kwaliteitskader voorschol - ook gerealiseerd worden.

Gemeente en veld werken samen aan de start en ontwikkeling van kindcentra. Inmiddels wordt op 61 locaties gewerkt aan de ontwikkeling van een kindcentrum.

Ambitie 2018:

  • Toename van het aantal groepen 0;
  • Een peuter staat niet meer dan twee maanden op de wachtlijst voor de voorschool;
  • Bereik van 80% van de 3-jarige doelgroeppeuters in 2018.

Kwaliteit door schoolontwikkeling
Rotterdam legt de lat hoog. Het onderwijs moet goed zijn en steeds beter worden. Dat alle Rotterdamse kinderen hun talenten kunnen ontwikkelen en kansrijk opgroeien, daar gaat het om. Dit betekent: zorgen voor goed onderwijs, hogere resultaten en minder uitval. Daarop zet het college onder andere in met gerichte arrangementen en goed gekwalificeerde professionals op school en voor de klas om zo de kwaliteit van scholen te verhogen en het aantal zwakke en risicovolle scholen af te laten nemen. De schoolbesturen ontvangen een schoolontwikkelingsbudget, waarbij de scholen zelf binnen kaders kunnen bepalen waar zij de subsidie voor inzetten.

De afgelopen jaren is een kentering te zien waarbij Rotterdam echt een inhaalslag heeft gemaakt met betrekking tot het aantal zwakke middelbare scholen; in 2012 was nog 16,5% van de VO afdelingen zwak, in 2016 nog maar 3,9%. In het basisonderwijs lukt het om zwakke scholen snel weer op het juiste kwaliteitsniveau te brengen, maar het beleid heeft er helaas nog niet toe geleid dat er geen nieuwe zwakke basisscholen meer bij komen. Begin 2017 heeft de gemeente samen met het scholenveld een plan van aanpak zwakke scholen ontwikkeld. Subsidieaanvragen van zwakke en risicovolle scholen worden door het Expertteam van advies voorzien. Hiermee wordt geborgd dat deze scholen het schoolontwikkelingsbudget inzetten ter bestrijding van de risico’s. Verwacht wordt dat met deze aanpak het aantal zwakke en risicovolle scholen in 2018 verder zal dalen.

Het is gelukt om de onderwijsresultaten van Rotterdamse leerlingen te verhogen. Liep Rotterdam in 2010 nog meer dan 4 punten achter op de landelijke scores op de cito eindtoets, in 2016 is dit teruggebracht tot slechts 1,8 punten. De stijging van de onderwijsresultaten beperkt zich niet alleen tot de groep 8 leerlingen, ook in eerdere leerjaren zijn de resultaten gestegen; de uitslagen op de tussentijdse toetsen lagen in 2010 nog ver onder het landelijk gemiddelde, maar nu zijn de Rotterdamse scores gelijk aan de landelijke scores.

Ambitie 2018:

  • De gemiddelde Rotterdamse cito score komt dichter bij het landelijke gemiddelde;
  • Verdere daling van het aantal zwakke en risicovolle scholen in het primair onderwijs.

Beste Leraren
Goed onderwijs in Rotterdam vraagt om voldoende en om de beste leraren. Het college zet in op het aantrekken en behouden van leraren en op het verbeteren van de kwaliteit van leraren. Om leraren aan te trekken en te behouden voor de stad is de Rotterdamse Leraren cao ontwikkeld. De cao biedt maatregelen voor het verbeteren van de werkomstandigheden en randvoorwaarden van Rotterdamse leraren. Zo ontvangen alle leraren (en onderwijsprofessionals) die werkzaam zijn in Rotterdam een Rotterdampas. Met de Welkomstpremie trekt Rotterdam leraren over de streep om voor onze stad te kiezen. In schooljaar 17/18 verwacht het college meer premies te verstrekken dan in schooljaar 16/17. Het is een groeimodel: de premie kan pas worden aangevraagd zodra (in de meeste gevallen na 1 jaar tijdelijke aanstelling) een vast dienstverband ontstaat. Dat kost tijd. Het initiatief zal daarom worden gecontinueerd, en met ingang van aanstaand schooljaar vallen alle tekortvakken vo plus de aanstellingen voor leraren speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) ook binnen de regeling. De in schooljaar 16-17 gestarte Erasmus Excellentie Leergang wordt in schooljaar 2017-2018 gecontinueerd onder de naam Broedplaats010 en kent wederom 1 groep. De deelnemende leraren volgen een traject om zich te ontwikkelen als professional met een focus op innovatie. Hierbij is zowel aandacht voor van het onderwijs op micro- ( de klas) als macroniveau (Rotterdam breed). In september 2017 is de Rotterdamse lerarenagenda gepresenteerd, hierin staat hoe het beleid geïntensiveerd wordt. Inmiddels is een verkorte pabo opleiding voor zij-instromers gestart bij één schoolbestuur. Wanneer deze succesvol blijkt te zijn, zal deze in 2018 ook voor andere schoolbesturen worden opengesteld.

De leerlingpopulaite groeit en steeds meer leraren verlaten het Rotterdamse onderwijs wegens pensioen maar ook vanwege aantrekkelijke vacatures buiten de stad. Bij bepaalde vakken in het voortgezet onderwijs zijn er te weinig bevoegde docenten waardoor de kwaliteit van het onderwijs in die vakken onder druk staat. Eind februari is het convenant tussen de grote schoolbesturen VO, de OSR, OCW en gemeente Rotterdam gesloten. Schoolbesturen inventariseren hun docentenbestand om vanaf oktober 2018 de trajecten te kunnen vullen waarmee we een slag gaan slaan om onbevoegd lesgeven in Rotterdam tegen te gaan. Vanuit de gemeente is een HR-expertteam gevormd, waarin gewerkt wordt aan de versterking van het HR beleid van de Rotterdamse schoolbesturen. Het HR-expertteam adviseert de schoolbesturen en doet concrete voorstellen op basis van probleemanalyses. Dit moet leiden tot een gezamenlijke aanpak voor een betere begeleiding van starters in het onderwijs, de ontwikkeling van een toolbox voor besturen om het strategisch personeelsbeleid te verbeteren, de inbedding van het Rotterdamse lerarenprofiel en tot de opbouw van een leerkennisnetwerk voor HR-professionals. Bij de start van schooljaar 2017-2018 is voor schoolbesturen de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor pilots waarmee de werkdruk in het onderwijs wordt verlaagd. Ook kunnen schoolbesturen subsidie aanvragen voor pilots die leiden tot een betere start voor beginnende leraren. Beide initiatieven zijn er op gericht op korte termijn effect te hebben op het lerarentekort. Twee keer per jaar zal vanuit het HR expertteam gerapporteerd worden over de vorderingen bij het bestrijden van onbevoegd lesgeven. Deze uitkomsten worden meegenomen in de voortgangsrapportage Leren Loont.

Werken aan vakmanschap
Eén van de doelstellingen van het onderwijs is het opleiden naar een baan. De economie en arbeidsmarkt zijn sterk aan verandering onderhevig en de verwachting is, dat dit groot effect heeft, en gaat hebben, op de soorten werkgelegenheid in Rotterdam. Daarom zet Rotterdam in op het stimuleren van loopbaanoriëntatie (LOB) bij leerlingen en op het stimuleren van kiezen voor arbeidsmarktrelevante opleidingen. Recentelijke is een grote LOB-conferentie gehouden, waarmee het LOB-netwerk in de stad steeds verder wordt versterkt. De leerroutekaart wordt volop gebruikt op scholen.

Om de keuze voor techniek onder basisschoolleerlingen te stimuleren is begin 2017, samen met Shell, de W&T-wijzer gelanceerd (http://www.wtwijzer.org/), een tool waarmee basisscholen in staat worden gesteld om wetenschap en technologie stap-voor-stap in de klas in te bedden. Na de lancering is de W&T-wijzer naar alle basisscholen verstuurd. Om in het bijzonder meisjes te interesseren voor techniek, heeft Rotterdam in april 2017 zeer actief meegedaan met de landelijke ‘Girls Day’. In de theoretische leerweg van het vmbo (mavo) wordt ingezet op versterking van de keuze voor het mavo-techniekprofiel. Drie Rotterdamse mavo’s experimenteren met een algemeen verplicht vak Toepassing & technologie vanaf het eerste leerjaar. Binnen mbo scholen zijn er nieuwe opleidingen ontstaan in samenwerking met werkgevers zoals de opleiding Cloud Engineering bij het Techniek College Rotterdam en tweetalige management assistent bij het Zadkine. Om de aansluiting tussen mbo en hbo te verbeteren werken Hogeschool Rotterdam, InHolland, Zadkine, Albeda College, Thomas More Hogeschool en STC samen aan een doorstroomprogramma voor de pabo en voor het economisch domein.

Ambitie 2018:

  • Stimuleren van pilots om van leerwerkbedrijven om meer aansluiting tussen vmbo en mbo te krijgen;
  • Uitrol Rotterdamse LOB-aanpak over bijna alle scholen;
  • Instrumenten ontwikkelen om meisjes te interesseren voor techniek.

Aansluiting onderwijs en jeugdhulp
Elk kind verdient een kansrijke toekomst zonder belemmeringen. Voor sommigen betekent dat een onderwijsplek met de juiste ondersteuning en jeugdhulp. De uitdaging voor scholen, jeugdhulpverlening en gemeente ligt in het combineren van onderwijs en jeugdhulp om de kansen van leerlingen positief te beïnvloeden. Dit doet het college onder andere door de inzet van onderwijszorgarrangementen en de inzet van de Taskforce Thuiszitters.

In sommige gevallen is het noodzakelijk om het onderwijs met zorg aan te vullen. Er is dan sprake van een ‘onderwijszorgarrangement’ (OZA). We onderscheiden drie doelgroepen die in aanmerking kunnen komen voor een combinatie van onderwijs en zorg:

  • Leerlingen in het (Voortgezet) Speciaal Onderwijs;
  • Leerlingen met leerplichtontheffing art. 5 onder a;
  • Leerlingen in het regulier of speciaal basisonderwijs.

Er zijn inmiddels diverse regelingen getroffen en pilots gestart voor deze doelgroepen. In 2017 maken 950 kinderen gebruik van OZA. Een aantal kinderen volgt dankzij OZA voor het eerst onderwijs. Het merendeel van de kinderen maakt al gebruik van passend onderwijs en krijgt dankzij OZA de nodige extra hulp (jeugdhulp en onderwijsondersteuning). Deze regelingen en pilots worden in de loop van 2017 geëvalueerd en per 2018 omgezet in regulier beleid met bijbehorende inkoop- en subsidieregelingen. Hierbij wordt onderzocht of in regioverband kan worden opgetrokken en ingekocht, dit gezien de gemeente-overstijgende functie van de (v)so-scholen waarop de pilots nu lopen.

De Taskforce Thuiszitters zorgt voor een passende onderwijsplek en passende ondersteuning voor thuiszittende leerlingen voor wie tot dusver geen oplossing in zicht was, met als doel het aantal thuiszitters te verminderen. De Taskforce bestaat uit vertegenwoordigers van scholen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs en gemeente. Vanwege een betere registratie en samenwerking, zijn meer thuiszitters in beeld. Het aantal geregistreerde thuiszitters is dan ook gestegen en ligt nog niet op schema. Er zijn aanvullende afspraken gemaakt tussen de betrokken partijen en wordt er gewerkt aan het versterken van de positie van de Taskforce Thuiszitters. Dit heeft er o.a. toe geleid dat voor alle thuiszittende leerlingen die voor 1 juni 2017 een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs kregen, na de zomervakantie een passende plaats in het speciaal onderwijs is gevonden.

Ambitie 2018:

  • Goede inzet vanuit het schoolondersteuningsteam gericht op preventie en schoolondersteuning;
  • Inzetten van onderwijszorgarrangementen voor regulier onderwijs, speciaal onderwijs en die leerlingen vrijgesteld zijn van zorgplicht;
  • Verdere vermindering van het aantal thuiszitters en de duur van het thuiszitten.
Rotterdam Onderwijsstad

In het afgelopen jaar heeft een aantal grote evenementen plaatsgevonden in het kader van Rotterdam Onderwijsstad, met zowel nationale als ook internationale uitstraling: uitreiking van provinciale en nationale Onderwijsprijzen, workshops en onderwijsfilms op het IFFR, Dag van de Leerplicht en een eerste editie van de Nacht van het Onderwijs in KINO, een festivalprogramma waar inhoud en entertainment rondom het thema Bouwen aan de Toekomst werd aangeboden aan een breed publiek. De zomervakantie is ingeluid met een speciale Leraren / Onderwijsparade waar een inhoudelijk onderwijsprogramma werden afgewisseld met een feestelijk Parade programma. Na de zomer vinden nog een aantal evenementen plaats in het kader van Rotterdam Onderwijsstad, o.a. een innovatief maakonderwijs festival (FabCity) tijdens de Wereld Havendagen. Ter afsluiting van Rotterdam Onderwijsstad 2016 – 2017 is een kleine tentoonstelling van kunstwerken gemaakt door leerlingen uit het PO die de klas in 2050 verbeelden.

Masterplan Onderwijs

Door het onderwijsveld en de gemeente is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs. Dit heeft geleid tot verbeterde onderwijsresultaten. Echter door demografische en technologische ontwikkelingen, de roadmap next economy en kansenongelijkheid is de vraag om meer en anders. Met het Masterplan Onderwijs willen we een algemene Rotterdamse onderwijsopdracht formuleren, waarbij het perspectief van het kind centraal staat. In het Masterplan wordt een meerjarige visie gemaakt op het onderwijs. Het doel is tweeledig: het onderwijs toekomstbestendiger maken en te onderzoeken hoe het onderwijs een bijdrage kan leveren aan een goede toekomst voor de stad. Dit is uitgewerkt in vier deelopdrachten, optimale kansen voor ieder kind; talentontwikkeling; weerbaarheid en burgerschap; leren werken in en aan een concurrerende economie. Het plan wordt in het najaar van 2017 gepresenteerd. In 2018 wordt gewerkt aan een nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid, het Masterplan zal als basis dienen voor dit nieuw beleid.

Onderwijs aan kinderen van statushouders en asielzoekers

Samen met het onderwijsveld biedt het college onderwijs aan kinderen van statushouders en asielzoekers door voldoende schakelklassen (primair onderwijs), internationale schakelklassen (in het voortgezet onderwijs) en een AZC-school te faciliteren.
In 2018 zijn er twee pilots om de doorstroom VO-MBO te bevorderen:
- Zadkine en Carré zorgen ervoor dat de ISK leerling beter georiënteerd is op het MBO en proberen de mogelijkheid ongediplomeerde instroom in te zetten zodat de leerling op het passende niveau kan instromen.
- Een samenwerking van Albeda en RVC de Hef maakt gebruik van het “Rutte” akkoord. De leerlingen tussen de 17 en 23 staan ingeschreven op het VO en genieten ISK onderwijs binnen een MBO omgeving.

Ambitie 2018:

  • Geen wachtlijsten;
  • Opzetten van MBO-trajecten voor nieuwkomers in samenwerking met MBO-instellingen.
Aanpak schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (vsv)

Het is van belang dat de leerlingen die op de Rotterdamse scholen naar school gaan, hun opleiding afmaken, hun startkwalificatie behalen en niet voortijdig uitvallen. De gemeente zet zich samen met de Inspectie van het Onderwijs en het scholenveld actief in om schoolverzuim tegen te gaan. Schoolverzuim is een belangrijke indicator van voortijdig schoolverlaten. De gemeente doet dit onder andere door het handhaven van de leerplichtwet richting jongeren en hun ouders.
Daarnaast ondersteunt de gemeente scholen om te komen tot een goede inzichtelijk aan- en afwezigheidsadministratie, een goede verzuimaanpak begint immers op school. Alle ingezette acties hebben ertoe bijgedragen dat voor het vijfde achtereenvolgende jaar het aantal absoluut verzuimende leerlingen (niet ingeschreven bij een school) is gedaald.

Ambitie 2018:

  • Jongeren helpen aan een startkwalificatie of ondersteunen bij het vinden van een baan;
  • Extra aandacht voor jongeren afkomstig uit het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en de oud-vsv’ers;
  • Beter aansluiten zorgstructuur op school en in de wijken;
  • Begeleiden van de overstappers naar het middelbaar beroepsonderwijs.
NPRZ/Childerens Zone

Met het Rijk en onze partners gaan we onverminderd verder met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Met goed onderwijs, meer lestijd (minimaal zes uur per week) loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB) voor alle leerlingen vanaf groep 6 en de ondersteuning van gezinnen door de wijkteams blijft het college extra investeren in Zuid. Deze inzet levert resultaat op Het slagingspercentage van leerlingen op Zuid ligt in de Children’s Zone inmiddels op het gemiddelde van Nederland en het cijfer voor het Centraal Examen ligt 0,03% hoger dan voor Rotterdam. En er is een toename zichtbaar bij de instroom op het MBO op de zorg- en techniekopleidingen. Continuering van de inzet op het sturen op opleidingskeuzes voor de kansrijke sectoren zorg en techniek is van belang. Met financiële steun van de Europese Commissie kan het LOB-programma in 2018 en 2019 worden uitgevoerd onder de titel BRIDGE. Met werkgevers worden afspraken gemaakt over de beschikbaarheid van carrière startgaranties (momenteel is voor 420 jongeren uit Rotterdam Zuid zo’n garantie beschikbaar) en met scholen is afgesproken dat zij een volledig LOB-programma aanbieden aan de leerlingen. Eind 2017 wordt gestart met de voorbereiding op de nieuwe uitvoeringsperiode 2019-2022. In 2018 wordt het huidige uitvoeringsprogramma afgerond.

Schoolzwemmen

Het schoolzwemmen maakt deel uit van het bewegingsonderwijs in Rotterdam. Alle leerlingen van alle Rotterdamse scholen krijgen 2 schooljaren (4/5 of 5/6) een aanbod voor schoolzwemmen. De gemeente financiert het zwemmen, roostert het schoolzwemmen in en het regelt het vervoer.

Indicatoren

Soort indicator (collegedoelstelling, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting

Realisatie 2016

Prognose
2017

2018

Naam monitor

BBV

Absoluut verzuim

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 25 rapportage van de gemeente Rotterdam aan OCW

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

1,3 per 1000 leerlingen in schooljaar 2015-2016

N.v.t.

N.v.t.

BBV

Relatief verzuim

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 25 rapportage van de gemeente Rotterdam aan OCW

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

59 per 1000 leerlingen in schooljaar 2015-20156

N.v.t.

N.v.t.

BBV

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

VSV verkenner definitief 2014-2015 (totaal)

Realisatie (incl. peildatum)

3,70%

3,10%
Voorlopige percentage schooljaar 2015-2016

N.v.t.

N.v.t.

BBV

% Achterstandsleerlingen

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Verweij Jonker Instituut-Kinderen in Tel

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

Geen gegevens beschikbaar

N.v.t.

N.v.t.

Toelichting indicatoren
Absoluut en relatief verzuim

Het aantal verzuimmeldingen is al een aantal jaren vrij stabiel. In het absoluut verzuim zien we vooral kinderen en jongeren die zonder uitschrijving in de basisregistratie naar het buitenland vertrokken zijn. Het relatief verzuim (spijbelen) doet zich vooral voor op het voortgezet onderwijs.

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie

In regionaal RMC-verband werkt Rotterdam met een nieuwe aanpak van voortijdig schoolverlaters. De nieuwe RMC-aanpak voor 2016-2020 heeft voornamelijk als doel om uitval van kwetsbare jongeren te voorkomen en hen in beeld te houden. Het gaat hierbij om de overstappers van vmbo BB en vmbo-leerwerktrajecten naar de entreeopleiding of mbo 2. Ook kwetsbaar zijn jongeren die van het voortgezet speciaal onderwijs uitstromen naar een dagbesteding of arbeidsmarkt.

Achterstandsleerlingen

De indicator ‘percentage achterstandsleerlingen’ wordt in de set Kinderen in Tel (Verwey-Jonker instituut) niet meer opgenomen. De definitie van achterstandsleerlingen sluit niet meer aan op de tegenwoordige tijd. Het ministerie laat onderzoeken wat een passender definitie zou zijn.