Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten
  • Zorgen voor adequate ondersteuning en zorg voor Rotterdammers die dat nodig hebben;
  • Verdere ontwikkeling van integrale toegang tot zorg;
  • Sturing op contractafspraken voor wijkteams en Wmo-arrangementen;
  • Uitgaven Wmo- arrangementen in balans met rijksinkomsten;
  • Versterking van de samenwerking met de gezondheidszorg en de zorgverzekeraars;
  • Programma’s Veilig Thuis;
  • Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond;
  • Programma (O)GGZ / Eerder Thuis;
  • Rotterdams 15-punten plan 2016-2020 (nazorg detentie)
  • Invoering van het doelgroepenvervoer;
Toelichting prioriteiten
Adequate zorg en ondersteuning voor Rotterdammers die dat nodig hebben

Voor Rotterdammers die dat – al dan niet tijdelijk - nodig hebben zorgt de gemeente Rotterdam voor adequate ondersteuning en zorg. De gemeente Rotterdam biedt aan 54.000 Rotterdammers ondersteuning. Dit gebeurt in samenwerking met partners in de stad. Er is een groei zichtbaar in het aantal Rotterdammers dat zorg afneemt. In 2018 zet de gemeente in op het nog verder toegankelijk maken van de zorg.

Op 13 oktober 2016 stelde de gemeenteraad ‘Zorg voor elkaar’ vast, het Rotterdams plan voor de doorontwikkeling van zorg, welzijn en jeugdhulp. In dit et plan zijn acht inhoudelijke thema’s benoemd waarmee de gemeente Rotterdam in 2018 verder aan de slag gaat. Deze doorontwikkelthema’s zijn: versterking wijknetwerk, doorontwikkeling van de wijkteams, integrale aanpak jeugd en volwassenen, integrale toegang, samenwerking met de zorgverzekeraars, samenwerking met het domein van werk, inkomen en schulddienstverlening, en samenwerking met het domein van veiligheid en Inkoop.

De gemeente Rotterdam vindt cliëntenparticipatie bij beleidsprocessen in het sociale domein waardevol. Hiertoe organiseert de onafhankelijke Brede Raad 010 de inbreng van de Rotterdammer bij beleidsprocessen. De Brede Raad 010 geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het college van B&W. Vanaf 1 juli 2017 is het adviesterrein van de Brede Raad 010 uitgebreid naar alle beleidsonderwerpen van de Participatiewet en naar de beleidsterreinen armoede en schulddienstverlening.

Verdere ontwikkeling van integrale toegang tot zorg

De gemeente vindt het belangrijk dat Rotterdammers weten waar ze terecht kunnen met hun vragen over zorg en ondersteuningen. Ook vindt de gemeente het belangrijk dat bewoners goede hulp krijgen. Om dit te realiseren verbetert de gemeente in 2018 de samenhang en samenwerking tussen de verschillende loketten die toegang geven tot de wijkteams en de geïndiceerde zorg. De gemeente verbetert de dienstverlening, inclusief de digitale toegang, van de VraagWijzer. De gemeente geeft bekendheid aan de cliëntondersteuning, zodat de Rotterdammers de cliëntondersteuning goed kunnen vinden en ze weten dat deze onafhankelijk is van de gemeentelijke organisatie.

Wijkteams inkoop 2018

Rotterdammers kunnen met hun vragen terecht bij de Vraagwijzer, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), de huisarts en alle andere betrokkenen uit het wijknetwerk. Als daar aanleiding voor is krijgt de Rotterdammer een doorverwijzing naar het wijkteam. Rotterdam werkt met 43 wijkteams.
De integrale wijkteams vormen de ruggengraat van de zorg, welzijn en jeugdhulp in de wijk. De wijkteams gaan steeds beter functioneren. Dat maakt verdere verbeteringen mogelijk:

  • extra scholing zodat medewerkers van het wijkteam bredere, generalistische kennis verwerven voor de hulpverlening aan zowel volwassenen als aan jeugdigen en gezinnen;
  • versterking van de wijkteams met medewerkers die aanvullende kennis hebben, onder meer over huiselijk geweld en kindermishandeling. Op die manier kunnen de wijkteams als geheel meer integraal werken;
  • meer professionals met kennis over volwassenen in de wijkteams, zodat er een beter evenwicht ontstaat in de verhouding van professionals voor volwassenen en voor jeugd, rekening houdend met de vraag vanuit het gebied;
  • ‘basishulp’ is voortaan de enige term voor alle hulpverlening aan volwassenen en aan de jeugd. Dat bevordert een heldere communicatie.

Om invulling te geven aan hun opdracht, werken de wijkteams nauw samen met alle zorgaanbieders en andere relevante partijen, zoals scholen, huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, Huizen van de Wijk, Welzijn en vrijwilligersorganisaties. Daarnaast zijn voor Rotterdam-Zuid specifieke afspraken gemaakt in het kader van Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). De wijkteams verwijzen zo nodig door naar voorzieningen van de tweede lijn, met inachtneming van de Verordening Jeugd en de Verordening Wmo.

Integrale aanpak jeugd en volwassenen
Vanaf 2018 gaat de gemeente werken met gezinsarrangementen. Het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’ financiert de gemeente dan vanuit één budget. Zo kunnen instellingen bij samenloop van problematiek van ouders en kinderen de ondersteuning en hulp integraal aanbieden. Ze starten met toevoeging van opvoedondersteuning aan de Wmo-arrangementen. In de loop van 2018 en 2019 onderzoekt de gemeente samen met zorgaanbieders hoe ze de gezinsarrangementen kunnen uitbreiden. De nieuwe Combiverordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2018 is de basis voor het beleid voor en uitvoering van een integrale aanpak van jeugd en volwassenen.

Sturing op contractafspraken voor wijkteams en Wmo-arrangementen

In 2017 heeft de gemeente een integrale inkoop uitgevoerd voor welzijn, wijkteams, jeugdhulp en Wmo-arrangementen. Rotterdam heeft een centrumgemeentefunctie voor de maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang, en voor beschermd wonen. Hierdoor voert de gemeente de maatschappelijke opvang en beschermd wonen ook uit voor de inwoners van Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan de IJssel, Lansingerland en Ridderkerk. De gemeente leert van de ervaringen die sinds 2015 zijn opgedaan met de wijkteams en de combinatie van verschillende vormen van ondersteuning binnen de Wmo-arrangementen. Zo hebben deze ervaringen geleid tot versterking van de wijkteams met medewerkers die zijn gespecialiseerd in de begeleiding van volwassenen met psychische of psychiatrische problemen. Hiermee komt de gemeente beter tegemoet aan de behoeften van Rotterdammers.

De overeenkomsten die voortkomen ut de aanbesteding van 2017, gaan per 1 januari 2018 in. In deze overeenkomsten staan de afspraken over de prestaties die de aanbieders moeten leveren. De wijkteams blijven basishulp verlenen aan Rotterdammers, met aansturing door de gemeente. Als er langdurige ondersteuning nodig is vanuit een Wmo-arrangement, schakelt het wijkteam een zorgaanbieder in. Nieuw onder de Wmo-arrangementen is de opvoedondersteuning. Zo wil de gemeente meer samenhang aanbrengen tussen enerzijds de zorg en anderzijds de hulp aan een gezin. Verder kunnen vanaf 2018 zorgaanbieders bij zelfstandig wonende cliënten overdag en ’s nachts toezicht uitoefenen, naast de taak die zij al hadden voor bewoners van een beschermde woonvoorziening. Er komt Mensen met een extra intensieve zorgbehoefte krijgen een beter passende dagbesteding. Tot slot moedigt de gemeente aanbieders aan om bij Wmo-arrangementen te denken aan interventies op het gebied van sport, bewegen, een gezonde leefstijl en cultuur. De gemeente monitort de prestaties van de zorgaanbieders en stuurt bij als dat nodig is.

Uitgaven Wmo- arrangementen in balans met rijksinkomsten

Steeds meer Rotterdammers weten de weg naar zorg en ondersteuning te vinden. Dat sluit aan bij de beleidsdoelstelling om zorg dichtbij te bieden. Deze stijging van het aantal cliënten betekent dat de uitgaven meegroeien, terwijl de rijksbijdragen blijven dalen. Deze lijn lijkt zich door te zetten en dat leidt tot de noodzaak om in de zorg te blijven investeren. Tegelijk is het noodzakelijk om goed te letten op de efficiency en waar mogelijk kosten te besparen. De gemeente zet daarom een pakket aan maatregelen in om op korte termijn de Wmo-uitgaven terug te dringen binnen het beschikbare budget. Uitgangspunt daarbij blijft dat Rotterdammers die zorg en ondersteuning nodig hebben, deze ook krijgen. De maatregelen raken allerlei onderdelen van de huidige Wmo. Het gaat bijvoorbeeld om een eenduidiger (her)indicatie en om de prijs van de producten en arrangementen. Ook kijkt de gemeente kritisch naar de eigen werkwijze en verbetert ze de monitor- en stuurinformatie, zodat er meer ‘informatie’ beschikbaar komt voor professionals en toegangslocaties. Met deze informatie kunnen zij ontwikkelingen in beeld brengen en bespreken. In september 2017 is de gemeenteraad hierover geïnformeerd.

Versterking van de samenwerking met de gezondheidszorg en de zorgverzekeraars

Rotterdammers kunnen voor zorg, hulp en ondersteuning een beroep doen op de Wmo, de Jeugdwet, de Zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige zorg. De gemeente moet de zorg, hulp en ondersteuning in samenwerking met anderen organiseren. Daarom werkt de gemeente samen met de zorgverzekeraars Zilveren Kruis en VGZ. Op het gebied van zorg werken deze verzekeraars aan een betere samenwerking tussen wijkverpleegkundigen, huisartsen en wijkteams/VraagWijzer. Verder geven ze aandacht aan de afstemming van zorg voor ouderen en voor Rotterdammers met GGZ-problematiek.

De in 2013 gesloten convenanten lopen eind 2017 af. Met beide verzekeraars bespreekt de gemeente een eventuele voortzetting van de samenwerking. Afgesproken is om in 2018 vanuit het convenant met VGZ in te zetten op de aanpak van diabetes (programma Keer Diabetes2 Om), op verbinding van beweegzorg met beweegaanbod in de wijk (Back to Move) en op de Rotterdammers die langdurig GGZ-zorg nodig hebben. Met Zilveren Kruis zet de gemeente in op Rotterdammers met GGZ-problematiek, de samenhang in de ouderenzorg op de grensvlakken van de Wmo, Zvw en Wlz, en op voortzetting van de preventie van diabetes.

Rotterdam heeft momenteel een collectieve zorgverzekering voor Rotterdammers met een laag inkomen: ‘het Rotterdampakket’. Aangezien het Rotterdampakket dat de VGZ aanbiedt in 2018 afloopt, heeft er voor de collectieve Rotterdamzorgverzekering een marktconsultatie plaatsgevonden. In 2018 sluit de gemeente een nieuw contract af. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden voor een polis die voor een grotere groep Rotterdammers interessant is.

Programma Veilig Thuis

Het Actieprogramma Veilig Thuis 2015 – 2018 zet in op het eerder en beter in beeld brengen van huiselijk geweld en kindermishandeling (HG/KM) en de duurzame oplossing van deze problematiek. In 2018 zijn de voornaamste prioriteiten:

  • het gebruik van de monitor Meldcode en het keurmerk Meldcode door zorginstellingen. Het streven is om in 2018 ruim 200 organisaties met het keurmerk te certificeren;
  • voortzetting van het Centrum Huiselijk Geweld en de medisch-forensische polikliniek huiselijk geweld en kindermishandeling. Tevens laagdrempelige toegang voor slachtoffers door borging van de uitkomsten van de pilot zelfmelders in de reguliere werkzaamheden van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR);
  • vroegtijdig in beeld brengen van zorgsignalen van volwassenen op basis van de resultaten van de pilot Sluitend Samenwerken 0 – 100. Het doel is om alle partijen in de zorg- en justitiële keten die nu met SISA werken op deze uitbreiding aan te sluiten. Momenteel werken 23 organisaties met het systeem van vroegsignalering. Dit heeft tot ruim 350 signalen geleid;
  • opvolging van de pilot traumascreening voor kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld. Borging van deze werkwijze bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond zorgt voor een tijdig hulpaanbod aan deze kinderen;
  • de Wet tijdelijk huisverbod vormt een belangrijke interventie in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De gemeente stimuleert via de politie de inzet van deze veiligheidsmaatregel. Ook blijven hulpverleners informatie krijgen over de mogelijkheden om via een geplande screening een huisverbod te laten opleggen;
  • de gemeente werkt samen met zorgpartijen aan innovatieve interventies die de effectiviteit van de plegerbehandeling versterken. In 2017 heeft een brede verkenning plaatsgevonden; in 2018 voert de gemeente verbeteringen in die vooral zijn gericht op de ontwikkeling van E-health;  
  • bij de bestrijding van kindermishandeling werkt de gemeente verder aan het plan van aanpak vechtscheidingen. De aanpak omvat onder meer trainingen, voorlichting, de echtscheidings-APK en een triage-instrument. Verder werkt de gemeente aan een aanpak van online seksueel misbruik;
  • voortzetting van de vervolgaanpak Schadelijke Traditionele Praktijken. De gemeente zet de aanpak verborgen vrouwen voort en werkt nu stadsbreed volgens deze aanpak. In 2018 komt er een digitaal meld- en informatiepunt als integraal onderdeel van een breder meldpunt in Rotterdam. Daarnaast komt er in 2018 een onderzoek naar de omvang van de problematiek rond verborgen vrouwen. In 2018 komen er een juridische toolkit en een handreiking voor professionals. Eveneens in dat jaar komen er in verschillende wijken juridische spreekuren over schadelijke traditionele praktijken. De gemeente wil in 2018 met religieuze instellingen een convenant sluiten tegen onwettige huwelijken, huwelijksdwang en huwelijkse gevangenschap;
  • afronding van het programma Veilig Thuis en borging van de resultaten.
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond

Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) is er voor iedereen die te maken heeft met huiselijk geweld of kindermishandeling. VTRR levert advies, doet onderzoek en leidt toe naar zorg. In 2016 kreeg Veilig Thuis 15.700 meldingen te verwerken, voerde 6000 adviesgesprekken en volgde 1950 meldingen op met een onderzoek. Om de veiligheid op casuïstiek en de kwaliteit van het eigen handelen te waarborgen heeft VTRR in 2017 diverse verbeterpunten op gepakt.
Een belangrijk verbeterpunt betreft het wegwerken van de wachtlijsten die de organisatie kent. Met de nieuwe integrale werkwijze heeft Veilig Thuis hierin een belangrijke stap gezet. Daarnaast zijn er een aantal aanvullende maatregelen genomen. Het streven is dat er in 2018 geen sprake meer is van wachtlijsten.
Per 1 januari 2018 is VTRR een zelfstandige stichting, gekoppeld aan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Daarmee komt er een einde aan het samenwerkingsverband tussen de GGD Rotterdam-Rijnmond, Minters en Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

Programma (O)GGZ / Eerder Thuis

De gemeente ondersteunt Rotterdammers met meervoudige - psychische, psychiatrische en psychosociale – problematiek in hun herstel naar zelfredzaamheid. Met deze ondersteuning wil de gemeente dat Rotterdammers met problemen op (O)GGZ-terrein (Openbare) Geestelijke Gezondheidszorg) naar vermogen stappen zetten naar een meer zelfstandige vorm van huisvesting. Onderdeel van deze ondersteuning is de aanpak van personen met verward gedrag. Vanuit het programma (O)GGZ/Eerder Thuis hebben de volgende resultaten in 2018 prioriteit:

  • voorkomen dat mensen dakloos worden. De gemeente wil dit bereiken door budgetbeheer om huurbetalingsachterstanden en huisuitzetting te voorkomen;
  • aanpassen van de werkwijze nachtopvang, waardoor die de functie van crisisopvang terugkrijgt en er een gedifferentieerd aanbod ontstaat. Mensen stromen sneller door naar passende ondertsteuning. Dit wordt begin 2018 geïmplementeerd.
  • samen met de regiogemeenten opstellen van een regionaal beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen voor de periode 2018- 2020. Dit plan beschrijft de visie op het thema, de inhoudelijke ontwikkelingen, de vorm van regionale samenwerking en de verdeling van middelen en risico’s. Vanaf 1 januari 2020 wordt het geld voor beschermd wonen, en mogelijk die van maatschappelijke opvang, uitgekeerd aan alle gemeenten, volgens een nieuw, nog vast te stellen, objectief landelijk verdeelmodel;
  • facilitering van de samenwerking tussen corporaties en zorgaanbieders over de huurzorgovereenkomsten. Daarmee wil de gemeente de uitstroom verbeteren van cliënten naar een zelfstandig woning met ambulante ondersteuning. De inzet hierop heeft het afgelopen jaar al geleid tot een maximale wachttijd van twee maanden. Om dit zo te houden blijft de gemeente de wachttijden monitoren;
  • eerdere signalering van verward gedrag en de betrokken Rotterdammers eerder in de zorg komen. Dit doet de gemeente samen met andere gemeenten, zorgaanbieders, politie en het Veiligheidshuis. Het eerder in zorg brengen draagt bij aan voorkoming van onveiligheid en woonoverlast in de wijken. De aanpak Verwarde personen bevat verschillende maatregelen, waarvan de pilot triage, passende zorg en vervoer voorbeelden zijn, evenals de inzet op het tegengaan van het niet-verzekerd zijn;
  • afronding van het programma Eerder Thuis, inclusief de aanpak van personen met verward gedrag.

Voor alle doelgroepen en ketens binnen het actieprogramma Eerder Thuis wordt steeds scherper wat er nodig is om de door- en uitstroom vloeiender te laten verlopen. Voortdurend blijkt dat de problematiek op diverse niveaus taai is. Toch lukt het de gemeente, zorgaanbieders en woningcorporaties steeds beter om het nagenoeg vastgelopen proces van de door- en uitstroom op gang te krijgen.

Voor Samen verbeteren deze partners de processen binnen Centraal Onthaal Volwassenen en Jongeren. Ook lichten zij het proces voor slachtoffers van huiselijk geweld door en brengen zij op basis daarvan verbeteringen aan. De focus ligt bij alle verbeteringen op drie zaken: begeleiding, huisvesting, en inkomen en schulden. De begeleiding is vanaf dag één gericht op door- en uitstroom vanuit de gedachte ‘opvang is niet om in te wonen’; de huisvesting is gericht op directe bemiddeling en procesregie op door- en uitstroom, en de inzet op inkomen en schulden is gericht op directe aanmelding bij de Kredietbank Rotterdam (KBR), mogelijkheden tot versnelde aanvraag van de eerste uitkering en van bijzondere bijstand. Deze integrale aanpak vergroot de kans op succesvolle en duurzame door- en uitstroom.

Rotterdams 15-punten plan 2016-2020 (nazorg detentie)

De gemeente zet zich in om problemen en recidive van Rotterdamse ex-gedetineerden te voorkomen. Na detentie valt een deel van de gedetineerden terug in crimineel gedrag, omdat ‘de basis’ niet op de orde is. De basis bestaat uit werk, scholing, financiën en een woning. Deze zaken zijn niet geregeld, waardoor een aantal ex-gedetineerden na detentie zelfs op straat terechtkomt. Om de basis op orde te krijgen, werkt de gemeente samen met de gedetineerden aan een optimale re-integratie en nazorg. Deze inzet begint al tijdens detentie. Verder biedt de gemeente, samen met andere organisaties, hulp en ondersteuning.

In 2016 is het plan van aanpak voor nazorg na detentie aan jeugdigen en volwassenen vastgesteld. Met het 15-puntenplan Nazorg na detentie geeft de gemeente prioriteit aan de volgende resultaten:

  • in 2018 werkt de gemeente verder aan ‘de basis op orde’ voor ex-gedetineerden. Alle Rotterdamse gedetineerden worden tijdens detentie gescreend en er wordt een persoonsgericht traject ingezet. Hierbij worden de belangrijkste zaken nog voor het verlaten van detentie geregeld. Het traject bestaat uit het aanpakken van schulden, de aanvraag van een geldig ID-bewijs, urgentie voor een woning en passende hulp- en begeleiding. De gemeente werkt hierin samen met meerdere partijen.
  • In 2018 heeft de gemeente een effectieve en sluitende ketenaanpak van aanhouding, detentie tot nazorg gerealiseerd. Met deze aanpak versterkt de gemeente de kwaliteit van de aanpak en dat zal in belangrijke mate bijdragen aan terugdringing van recidive.
  • In 2018 werken de gemeente en diverse partijen in de zorg voor verstandelijk beperkten verder aan een passend nazorg-aanbod voor gedetineerden met een licht verstandelijke beperking. Het aanbod is hierbij aangepast aan het leer- en ontwikkelingsvermogen van de (ex-) gedetineerde.
  • In 2018 heeft de gemeente werkbare oplossingen tegen juridische drempels in het delen van informatie. Voor een effectieve aanpak is informatiedeling nodig, zodat justitie, gemeente en zorginstellingen optimaal kunnen samenwerken. De gemeente Rotterdam is betrokken bij verschillende landelijke initiatieven en werkt samen met het Rijk.
  • Verdere innovatie en de ontwikkeling van effectieve interventies, gericht op een zo vroeg mogelijke doorbreking van een criminele carrière. De gemeente onderzoekt of het mogelijk is jonge gedetineerden na detentie in een andere omgeving te laten integreren. Dit voorkomt dat jonge delinquenten in de voor hun vertrouwde wijk en buurt weer op de oude voet verder gaan.
  • Monitoring om recidive te voorkomen en criminele carrières te doorbreken. De gemeente onderzoekt met een betere monitoring of de deze aanpak slaagt. In de eerste helft van 2018 worden de eerste concrete resultaten verwacht.
Invoering doelgroepenvervoer

Rotterdam biedt aanvullend vervoer aan doelgroepen die niet met eigen of openbaar vervoer kunnen reizen. Per dag maken ongeveer 25.000 Rotterdammers gebruik van deze voorziening. Om dit vervoer met oog voor de gebruikers te organiseren, is het totale doelgroepenvervoer opnieuw aanbesteed. In 2018 voert de gemeente het gebundelde doelgroepenvervoer in fasen in en is er een overgang naar een nieuwe vervoerder. Per januari 2018 start het nieuwe Wmo-vervoer, inclusief vervoer van en naar dagbesteding, het Jeugdvervoer, Wsw-vervoer en het vervoer dat voortkomt uit de Participatiewet. In augustus 2018, bij de start van het nieuwe schooljaar, start het leerlingenvervoer.

Vanaf januari 2018 is er een coördinatiepunt doelgroepenvervoer. Dit coördinatiepunt zorgt voor de interne en externe communicatie, voorlichting, klachtenescalatie/mediation, de verdere ontwikkeling van het vervoer, inclusief zijn sociaal maatschappelijke opgave in de vorm van social return en andere relevante zaken. In 2017 is gestart met de werkzaamheden voor het coördinatiepunt, zodat de gemeente per 1 januari 2018 beter centraal kan sturen op de versnelde en verbeterde afhandeling van terugkerende klachten, meldingen en incidenten.

Indicatoren

Soort indicator (collegetarget, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting

Realisatie
2016

2017

2018

Naam monitor

BBV

Cliënten met een maatwerkarrangement WMO#

Mijlpaal

waarstaatje-gemeente.nl
Bron: concerndashboard peildatum 23-3-2017

Realisatie (incl. peildatum)

75

Nog niet bekend

Overig

Aantal actieve casussen volwassenen en jeugd wijkteam

Mijlpaal

Uitvoerings-monitor Wmo en Jeugdhulp

Realisatie (incl. peildatum)

Volwassenen: 4.015
Jeugd: 4.407

Volwassenen: 4.402
Jeugd: 5.024
(t/m maart 2017)

Overig

Cliëntervaringscijfers geïndiceerde Wmo-zorg

Mijlpaal#

7.0

7.0

7.0

Uitvoerings-monitor Wmo en Jeugdhulp

Realisatie (incl. peildatum)

7.8

8.1 (peildatum juni 2017)

Overig

Aantal nieuwe beschikkingen/
bestellingen Wmo

Mijlpaal

Uitvoerings-monitor Wmo en Jeugdhulp

Realisatie (incl. peildatum)

Wmo arrangementen: 8.363
Overige maatwerk-voorzieningen: 3.213

Wmo arrangementen: 4.106
Overige maatwerk-voorzieningen: 1.426 (t/m maart 2017)

Overig

Doorlooptijd Wmo (6 weken)

Doorlooptijd Wmo (2 weken)

Mijlpaal

90% (6 weken)
95% (2 weken)

90% (6 weken)
95% (2 weken)

90% (6 weken)
95% (2 weken)

Uitvoerings-monitor Wmo en Jeugdhulp

Toelichting indicatoren
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO

Alle gemeenten zijn verplicht 39 beleidsindicatoren op te nemen in hun begroting. Via de website www.waarstaatjegemeente.nl zijn alle indicatoren eenvoudig en in één keer te vinden.

Aantal actieve cases wijkteams

De casussen vragen allemaal aandacht van het wijkteam en bevinden zich in verschillende stadia, van onderzoek tot waakvlam. Door een grotere toeloop op de VraagWijzer is eind 2016 het aantal cliënten bij de wijkteams toegenomen. Deze trend zet zich door in 2017.

Cliëntervaringscijfers geïndiceerde Wmo-zorg

Het overzicht van de tevredenheid van de cliënt over de kwaliteit van de zorg die de zorgaanbieder levert de gemeente onder andere via de monitor langdurige ondersteuning Wmo.

Gemiddeld rapportcijfer van cliënten over vier kwaliteitsaspecten:
betrouwbaarheid, bejegening, deskundigheid en effectiviteit.
Voor de duiding van het rapportcijfer worden enkele aanvullende vragen of stellingen opgenomen.

Aantal nieuwe beschikkingen/bestellingen Wmo

Het gaat om het aantal nieuw geïndiceerde voorzieningen in de lopende periode. Het gaat niet om het aantal unieke cliënten. Een cliënt kan voor meerdere voorzieningen een indicatie ontvangen.

Doorlooptijd Wmo-aanvragen (6 weken)

Het percentage waarin de onderzoeksfase na een aanvraag tijdig (uiterlijk 6 weken) is afgerond. Het gaat om een handmatige telling en alleen om de gevallen die leiden tot een Wmo-indicatie. Met een de behaalde 91% binnen termijn wordt het streefgetal van 90% binnen de termijn gehaald.

Doorlooptijd Wmo-aanvragen (2 weken)

Het gaat hierbij om het percentage waarin de administratieve fase van een aanvraag tijdig, binnen tweeweken, is afgerond. Het gaat om een handmatige telling. Het aantal is al langere tijd stabiel op 99%.
In de Uitvoeringsmonitor Wmo en Jeugdhulp zijn nadere indicatoren te vinden.
Voor de programma’s Veilig Thuis en (O)GGZ Eerder Thuis geldt dat het college de gemeenteraad jaarlijks per voortgangsbrief informeert.
De indicatoren voor nazorg na detentie zijn nog in ontwikkeling. Deze zijn in de eerste helft van 2018 bekend.
De voortgangsbrieven staan in het raadsinformatiesysteem.