Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten en Indicatoren
  • Wonen;
  • Stedenbouw & Planologie;
  • Buitenruimte;
  • Bestemmingsplannen.
Samenvatting
Wonen

De eind 2016 vastgestelde Woonvisie 2030 schetst het woonbeleid voor de komende jaren en vormt de basis voor prestatieafspraken met de woningcorporaties. De hoofddoelstellingen van de Woonvisie zijn: meer aantrekkelijke woonmilieus, een woningvoorraad met voldoende kwaliteit en duurzame toekomstwaarde, en borging dat de basis van de woningmarkt op orde blijft. Dat laatste is te realiseren door bijvoorbeeld de ondersteuning van groepen die niet zelfstandig in hun huisvesting kunnen voorzien. In 2018 continueert de gemeente de inzet om deze doelen te halen.

Aantrekkelijke woonmilieus
Gezien de groei van de stad is het van belang om zowel op korte als op lange termijn te zorgen voor voldoende woningen in aantrekkelijke woonmilieus. Het huidige planaanbod voorziet in de behoefte op korte en middellange termijn. Voor de periode na 2025 moet de gemeente nieuwe woonlocaties vinden. Afgelopen jaar is daarnaar een eerste verkenning gedaan. In 2017 worden deze locaties op haalbaarheid onderzocht. Ook stelt de gemeente een ontwikkelstrategie op voor de ontwikkeling van deze locaties. Vanuit het product Gebiedsontwikkeling voert de gemeente regie op de woningbouwproductie op de korte en middellange termijn.

Naast de bouw van woningen vormt het programma Kansrijke Wijken een belangrijk onderdeel van de pijler ‘aantrekkelijke woonmilieus’. Afgelopen jaren is flink geïnvesteerd om negen wijken rondom het centrum voor gezinnen aantrekkelijker te maken. Dit doet de gemeente via een aantal pijlers: meer woningen voor gezinnen, aantrekkelijker buitenruimte, voldoende speelgelegenheid en beter onderwijsaanbod. 2018 is het laatste jaar voor het programma Kansrijke Wijken. De focus ligt op afronding van de lopende projecten.

Woningkwaliteit met toekomstwaarde
Om te zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde heeft de gemeente de volgende maatregelen genomen:

  • Verduurzaming van de woningvoorraad. Samen met het programma Duurzaam inzetten op verduurzaming van de woningvoorraad. De prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties zijn hiervoor een belangrijk instrument.
  • Onder Woonlab 010 is een aantal prijsvragen uitgeschreven voor vernieuwende woonconcepten. Het gaat onder andere om woonconcepten voor ouderen en gehandicapten en om de transformatie van winkels naar wonen;
  • Ontwikkeling van beleid om de woningkwaliteit bij nieuwbouw te garanderen. Met de komst van de Omgevingswet verandert de regelgeving rond de kwaliteit bij de bouw en transformatie van woningen. Rotterdam grijpt deze gelegenheid aan voor een frisse blik naar de manier waarop Rotterdam ruimtelijke kwaliteit definieert en borgt;  

Basis op orde
Bij de goedkopere woningvoorraad spelen verschillende maatschappelijke kwesties, die blijvend aandacht vragen: de betaalbaarheid van woningen, langer thuis wonen door ouderen, huisvesting asielzoekers, eerlijke woonruimteverdeling en de Rotterdamwet. Binnen het product Ruimte & Wonen doet de gemeente voorstellen voor beleid en uitvoering. Belangrijkste aandachtspunten in 2018 zijn:

  • start toepassing van het nieuwe artikel 10 in de Rotterdamwet. In aangewezen gebieden screent de gemeente potentiële nieuwe bewoners op overlast gevend gedrag voordat zij een vestigingsvergunning krijgen. Inzet is terugdringing van woonoverlast en vergroting van de leefbaarheid;
  • evaluatie van gebieden waar momenteel artikel 8 van de Rotterdamwet wordt toegepast en besluitvorming over eventuele verlenging en uitbreiding;
  • evaluatie en mogelijk herijking van de regionale verordening voor woonruimteverdeling;
  • afronding van het programma Langer Thuis.
Stedenbouw en Planologie

Stedenbouw
Met de komst van de Omgevingswet verandert de regelgeving rondom de borging van de ruimtelijke kwaliteit bij nieuwbouw en verandering van functie van bestaande gebouwen. De Omgevingswet is een goede aanleiding voor een frisse blik op de Rotterdamse ruimtelijke kwaliteit. Het gaat daarbij onder andere om het beleid voor woningkwaliteit, architectuur en welstand.

Architectuur Biënnale
In 2018 beleeft Rotterdam de volgende editie van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR). Het thema is Next Economy. Rotterdam is een van de drie hoofdprojecten. De Rotterdamse bijdrage is een verkenning van verschillende toekomstscenario’s met handelingsperspectieven.

Trends
Er komt een aantal grote trends die diep kunnen ingrijpen in de fysieke verschijning van de stad. Dergelijke trends zijn de verregaande digitalisering en robotisering, circularisering van de economie en de mobiliteits- en energietransitie. Onder de noemer ‘Next City’ is gestart met een ontwikkelprogramma om trends gestructureerd te onderzoeken op hun gevolgen voor de stad. Daarnaast realiseert de gemeente de vertaling naar concrete handelingsperspectieven, bijvoorbeeld via pilots en experimenten. Next City is aanvullend op de Next Economy en op de toekomstverkenning Sociaal Domein (Next Society). Uitkomsten uit het ontwikkelprogramma worden - als opvolger van de kaart van de stad - ingebracht in de omgevingsvisie.

Omgevingsvisie als opvolger van de Kaart van de Stad
De gemeente werkt aan een digitale kaart die het perspectief aanscherpt op de opgaven voor de ruimtelijke economische en sociale ontwikkeling voor de komende tien tot vijftien jaar. De resultaten van de uitwerking van de thema’s Onderwijs, Stadsstraten, Groenstructuurkaart en Stad in Balans krijgen een plek op deze kaart. De Omgevingsvisie levert input voor de Agenda Stad, de Rotterdamse Mobiliteitsagenda, de uitwerking van de Woonvisie en de verstedelijkingsopgave.

Kennisloods/Smart City
De Kennisloods is een methode om op basis van ruimtelijke opgaven voor de stad geo-data te combineren en op kaarten inzichtelijk te maken. Dat maakt ruimtelijke analyses mogelijk voor bijvoorbeeld locatiekeuzen en maakt het mogelijk om beleidskeuzes gedegen te onderbouwen. De aanpak past bij de Smart City-aanpak.

Buitenruimte

Vergroening
De vergroeningsaanpak, inclusief Kleur en Fleur, concentreert zich deze collegeperiode op vijf stenige wijken: Middelland/Nieuwe westen, Oude Noorden en de drie focuswijken op Zuid. Iedere wijk krijgt een aanpak langs drie sporen:

  • kleine initiatieven uit de wijken zoals geveltuinen en dergelijke,
  • aanpak via wijktafels van enkele vergroeningslocaties in de wijken: speelplekken, pleinen, woonstraten
  • aanpak van enkele grotere projecten, zoals winkelstraten


In deze gebieden werkt de gemeente samen met het programma Kansrijke Wijken en het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. 2018 is het laatste jaar van deze aanpak..

Functionele wijzigingen
Het budget voor functionele wijzigingen in de buitenruimte wordt gekoppeld aan onderhoud van de buitenruimte. Dit biedt de mogelijkheid om extra functionaliteit toe te voegen of de inrichting aan te passen.

Programma Rivieroevers
De drie rivieren Maas, Rotte en Schie zijn het verborgen goud van de stad. Met het programma Rivieroevers wil de gemeente de oevers aantrekkelijker maken, zorgen voor goede fiets- en voetgangersroutes langs de oevers, de ecologische waarden vergroten (toevoegen natuurvriendelijke oevers) en meer recreatiemogelijkheden bieden.
In 2018 rondt de gemeente de projecten Mallegat en Nassauhaven af. Voor de Maas, de rivier met de hoogste prioriteit, is een toekomstvisie in de maak. Ondertussen start de gemeente in 2018 met de projecten voor het binnenstedelijk deel, zoals het getijdenpark Eiland van Brienenoord, de Maashaven en de omgeving van Blue City. Hiermee maakt de gemeente het gebied Leuvehaven-Maasboulevard aantrekkelijker. Voor de Rotte, de tweede prioriteit, ligt er een toekomstperspectief met kansrijke uitvoeringsprojecten, waaronder de Leuvenkolk (waterinlaat met vistrap) en vergroening van de Crooswijkse Bocht. Voor de Schie, de derde prioriteit, is de inzet gericht op de bouw van aanlegsteigers.

Bestemmingsplannen

Bestemmingsplannen vormen het juridisch planologische kader die ontwikkelingen en bestemmingen mogelijk maakt. Rotterdam beschikt momenteel over ruim 200 bestemmingsplannen. Daarmee is meer dan 90% van het grondgebied gedekt met een ruimtelijk kader. Binnen twee jaar moet 100% van het grondgebied zijn voorzien van een planologisch kader, zodat de gemeente op ontwikkelingen kan sturen. Daarnaast is volledige dekking een wettelijke verplichting.

Het team bestemmingsplannen coördineert de bestemmingsplannen, met bijdragen van vele interne en externe partners. Bestemmingsplannen die actualisering nodig hebben worden gestuurd op planning. Voorbeelden zijn: Middelland, Tweede Maasvlakte, Kralingen, Ommoord, IJsselmonde noord. Bestemmingsplannen zijn allereerst bedoeld om nieuwe ontwikkelingen te faciliteren of uit te lokken. Ze worden optimaal ingebed in de gebiedsontwikkeling. Voorbeelden zijn Feyenoord City, Nieuw Kralingen, Waal-Eemhaven, Vierhaven, Merwehaven, Central District. Juist in deze gebieden ontbreken kaders. Daar is de urgentie dan ook het grootst om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan.

Rotterdam heeft al jaren geleden gekozen voor een pragmatische aanpassing. De gemeente streeft naar 100%-dekking met actuele bestemmingsplannen, maar met de beschikbare capaciteit is dat niet haalbaar, ook niet met de uitbesteding van actualisering van acht bestemmingsplannen. De gemeente stuurt op gederfde legesinkomsten. Als het bedrag van gederfde legesinkomsten kleiner blijft dan de kosten voor extra inzet van personeel, is er geen reden om extra capaciteit in te zetten op het product bestemmingsplannen.

Afspraak is dat er zo’n tien bestemmingsplannen per jaar worden vastgesteld. Rotterdam beschikt daarmee over een redelijk actueel kader, enkele uitzonderingen daargelaten.

Over de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet is elders in deze begroting al het nodige geschreven. Voor de begroting van 2018 zijn twee zaken relevant:

  1. Werking Bouwverordening vervalt per 1 juli 2018; de wetgever gaat ervan uit dat tegen die tijd alle relevante stedenbouwkundige bepalingen zijn verwerkt in de bestemmingsplannen. In Rotterdam doen we dat met het instrument ‘parapluherziening’;
  2. Wetsvoorstel om sancties voor te oude bestemmingsplannen (geen leges mogen heffen) versneld op te heffen, mits deze digitaal raadpleegbaar zijn op www.ruimtelijkeplannen.nl. Dit betekent dat de gemeente meer lucht krijgt voor uitvoering van de actualisering. Het werkplan van team Bestemmingsplannen loopt hier sinds 2016 al voorzichtig op vooruit. In de begroting van 2018 wordt dit in zijn geheel verwerkt.

Dat betekent nu:

  • Andere prioritering te kiezen gebieden.
    Het accent verschuiven naar gebieden waar de gemeente ontwikkelingen verwacht. De gemeente is meer faciliterend en uitnodigend bezig, in plaats van reparerend. Vanzelfsprekend houdt de gemeente de actualiteit van een bestemmingsplan in de gaten. De Rotterdammers hebben daar recht op;
  • Capaciteit vrijmaken om te anticiperen op de Omgevingswet.
    Dit heeft een harde kant (sommige dingen nu al regelen) en een zachte kant (pilots, samenwerkingsverbanden, omgevingsplan, omgevingsvisie).
  • Capaciteit vrijmaken om te voldoen aan de behoefte van de organisatie om eerder te participeren in gebiedsontwikkelingen;
  • Capaciteit vrijmaken om te werken aan uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen. Deze bevoegdheid is pas in 2016 goed ingebed binnen Stadsontwikkeling (voorheen was dit een bevoegdheid van de deelgemeenten).

Wat verder van belang is
Het team Bestemmingsplannen beschikt over bijzondere kennis en vaardigheden. In toenemende mate wordt dit als uitgangspunt gehanteerd als bijdrage aan meer inhoudelijke producten. Enkele zaken in dit kader:

  • Milieukennis (geluid, externe veiligheid, etc.);
  • Afwegingsvaardigheid;
  • Politiek bestuurlijke antenne;
  • Vertaling beleid naar planologische oplossingen;
  • Groot in en extern netwerk;
  • Integrale keten verantwoordelijkheid.

Deze expertise zet de gemeente in bij Bebouwingscommissie (BBC), Ruimtelijk Intaketeam (RIT), sectorale beleidsdocumenten, als smeermiddel om samenwerking tot stand te brengen bij interne en externe partners, als tegenwicht tegen DCMR, bij hoorcommissies en relatiebeheer van fracties.

Indicatoren
Wonen

In het Collegeprogramma Rotterdam 2014-2018 heeft het college onder andere de volgende collegetarget geformuleerd:
Meer kansrijke gezinnen rondom het centrum.

De daarbij behorende indicator is: In een ring van wijken rondom het centrum stijgt het gemiddelde aandeel kansrijke gezinnen met 10%.

Soort indicator (collegetarget, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting/ 2014

Realisatie 2016

Prognose
2017

2018

Naam monitor

Collegetarget: Meer kansrijke gezinnen rondom het centrum

In een ring van wijken rondom het centrum stijgt het gemiddelde aandeel kansrijke gezinnen van 6,8% naar 7,5%.

Mijlpaal

6,8%

7,3%

7,5%

nvt

Realisatie

1/1/2014

1/1/2017

1/7/2017

Aantal bewoonde woningen

38.664

39.284

Aantal kansrijke gezinnen

2.627

3.146

Gemiddeld aandeel

6,8%

8,0%

8,2%

Toelichting indicatoren

In negen wijken zet de gemeente in op het aantrekkelijker maken van deze wijken voor kansrijke gezinnen. Een kansrijk gezin is een huishouden met één of meer thuiswonende kinderen tot 18 jaar, met een woning met een WOZ-waarde vanaf € 160.000 en een inkomen uit arbeid.
Dit gebeurt door initiatieven op het gebied van wonen, woonomgeving en voorzieningen voor gezinnen te faciliteren en te stimuleren. De gemeente werkt hierbij nauw samen met woningcorporaties, ontwikkelaars en bewoners.

Voortgang

Voor de target zijn tussentijdse mijlpalen benoemd, steeds per 1 januari van ieder jaar. De actuele stand is dan in de loop van het tweede kwartaal te bepalen. Dat is relatief laat. Dat komt doordat de definitieve cijfers over bevolking en woningvoorraad niet eerder beschikbaar zijn. Zodoende is op het moment van schrijven de stand per 1 januari 2017 bekend.
Zowel het aantal als het aandeel kansrijke gezinnen in de negen kansrijke wijken is in 2016 gestegen. De stijging is nog sneller gegaan dan het jaar daarvoor. De meting per 1 januari 2017 bedraagt 8,0%, waarmee de target boven de verwachte mijlpaal scoort en ook al boven de beoogde eindwaarde. De verwachte eindwaarde per 1 juli 2017 is 8,2%.