Ontwikkelingen

Rekenkamer onderzoek naar opvangketen en wijkteams

De Rekenkamer Rotterdam onderzoekt in hoeverre de gemeente in opzet en in de praktijk een adequate toegang realiseert voor (dreigend) dak- en thuislozen tot de nacht- en crisisopvang, en een adequate doorstroom realiseert naar vormen van wonen en zorg, en naar de begeleiding die daarbij nodig is. Het college biedt de bevindingen van dit onderzoek het eerste kwartaal van 2018 aan de gemeenteraad. Het onderzoek vindt in G4-verband plaats.
De Rekenkamer onderzoekt verder de cliëntervaring van volwassenen en jongeren bij de wijkteams. De onderzoeksvraag luidt: Welke resultaten bereiken wijkteams vanuit cliëntperspectief en is te verwachten dat de gemeente met de ingezette doorontwikkeling van zorg, welzijn en jeugdhulp 2018, knelpunten zal oplossen die deze resultaten belemmeren? De bevindingen van dit onderzoek zullen in het tweede kwartaal 2018 aan de gemeenteraad worden aangeboden.

Wmo-verdeelmodel BW, indexering

Bestuurlijk zijn Rijk en gemeenten overeengekomen dat er met ingang van 2020 een nieuw verdeelmodel geldt voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. In plaats van een verdeling over centrumgemeenten verdeelt het Rijk de middelen over alle gemeenten in Nederland. De keuze hiervoor is in lijn met het advies van de Commissie Dannenberg, waarbij voor mensen met GGZ-problematiek een zo normaal mogelijke thuissituatie moet gaan gelden. Dit nieuwe verdeelmodel kan grote gevolgen hebben voor Rotterdam, maar ook voor andere grote steden. Er is vooral bezorgdheid dat in de grote steden de druk op de voorzieningen zal blijven, terwijl de middelen opschuiven richting regiogemeenten. Rotterdam is hierover met het Rijk en met de VNG in gesprek.

Effect van andere wettelijke kaders op de Wmo

De zorg aan volwassenen maakt voor sommige Rotterdammers onderdeel uit van een breder palet aan ondersteuning. Deze ondersteuning komt voort uit het gemeentelijke domein (jeugd, werk en inkomen, armoedebeleid, schulddienstverlening) en vaak ook vanuit de landelijk geregelde zorg: de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet en de in voorbereiding zijnde Wet forensische zorg en Wet verplichte GGZ. Een merkbaar effect van de decentralisaties is dat Rotterdammers vaker te maken hebben met zwaardere problematiek in de thuissituatie. Deze beweging zal bij de zorg aan volwassenen ook in 2018 zijn te zien. Ouderen wonen langer thuis of komen eerder uit het ziekenhuis, Rotterdammers met GGZ-problematiek krijgen in de thuissituatie vaker zorg dan in opname of verblijf. Rotterdammers met een verstandelijke beperking maken vaker gebruik van tijdelijk verblijf als zij dat nodig hebben.

Het is een opgave om als gemeente hierop in te spelen. Zo moet de gemeente in 2018 een adequaat zorgaanbod waarborgen voor alle relevante doelgroepen, en zeker ook de samenwerking in de zorgketens zoeken. De gemeente wil hiertoe de raakvlakken met de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg goed hanteren, zodat Rotterdammers zorg krijgen zonder misverstanden of bureaucratische rompslomp. De gemeente wil ook de inkoop en uitvoering van zorg zo op elkaar afstemmen dat er over de domeinen heen voldoende en adequaat aanbod gewaarborgd is. Rotterdam blijft hierover in gesprek met verzekeraars en de zorginstellingen. Het gesprek tussen gemeente en Rijk richt zich onder meer op voldoende middelen voor een toenemende zorgvraag.

Wet verplichte GGZ en Wet zorg en dwang

De Eerste Kamer behandelen (medio 2017) de Wet verplichte GGZ en de Wet zorg en dwang. Een belangrijk verschil met de huidige situatie is dat verplichte zorg bij aanname van deze wetten voortaan ook buiten een instelling opgelegd kan worden. De gemeente krijgt nieuwe taken in de beoordeling van mensen met deze problematiek. Er zijn gesprekken gaande tussen de VNG en VWS over de benodigde middelen voor deze taken.

Actieprogramma Veilig Thuis

Het Rijk werkt aan een aanscherping van de wet Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. Met deze aanscherping zijn organisaties in zorg, welzijn en onderwijs verplicht om Veilig Thuis te informeren als zij, na het volgen van de stappenmeldcode, een casus zelf oppakken. Dit vraagt om structurele aanpassingen in de werkwijze van organisaties die werken met de meldcode en de organisatie Veilig Thuis. Ook de landelijke invoering van de multidisciplinaire aanpak (methodiek MDA++) heeft invloed op de werkwijze van Veilig Thuis en vraagt het nodige van de regie- en opdrachtgeversrol van gemeenten. Het vraagstuk voor de noodzakelijke extra financiering van deze aanpak staat op de agenda van het overleg tussen de VNG en het Rijk.