Ontwikkelingen

Samenwerking Sociaal Domein

Met de invoering van de Jeugdwet, WMO en de Participatiewet is samenhangende dienstverlening aan Rotterdammers nog meer van belang geworden. Hierbij stelt de gemeente centraal dat Rotterdammers zoveel mogelijk zelfstandig kunnen meedoen aan de samenleving. Door uitkeringsverstrekking als dat nodig is en door iemand aan het werk te helpen waar dat kan. Daarom zet de gemeente de komende periode in op zinvolle dagbesteding, ontwikkelmogelijkheden naar werk in de wijk, stabiel inkomen waarin continuïteit gewaarborgd is en passende en afgestemde gemeentelijke dienstverlening.

Ontwikkelingen BUIG-budget

BUIG staat voor Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten. Het Rijk stelt in de vorm van het BUIG-budget middelen beschikbaar om de sociale uitkeringslasten in het kader van de Participatiewet te betalen. Voor de bepaling van de middelen per gemeente wordt gebruik gemaakt van een verdeelmodel. Dit verdeelmodel levert voor 2017 en volgende jaren onvoldoende budget op voor Rotterdam om aan de geraamde uitkeringslasten te kunnen voldoen.
Voor de verdeling van de middelen die beschikbaar zijn voor 2018 is gewerkt aan een verfijning van het huidige model. Daarnaast is door middel van onderzoek naar een verklaring gezocht voor de negatieve en positieve uitschieters bij de verdeling in 2017. De uitkomst van het onderzoek naar de verfijning van het model zorgt voor aanpassingen in het verdeelmodel. Onderzoek toont ook aan dat de gemiddelde prijs van een uitkering sterk verschilt per gemeente. Het verdeelmodel houdt daar op dit moment geen rekening mee. De staatssecretaris heeft toegezegd dit nader te laten onderzoeken om mogelijk te laten verwerken in het verdeelmodel 2019. De uitkomsten van het huidige verdeelmodel doen de gemeente Rotterdam, net als de overige G4 gemeenten, tekort. Naast de verdeling van het budget speelt ook de omvang van het totale budget (macrobudget) een rol. Het in 2016 door het Rijk uitgekeerde macrobudget was € 271 mln te laag om de betaalde uitkeringslasten (landelijk) te dekken. In de lobby naar het Rijk wordt door de G4, VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en Divosa ingezet op verhoging van het (macro)budget. Vooralsnog heeft de staatssecretaris voor deze gevraagde aanpassingen naar het nieuwe kabinet verwezen. Tijdens een VNG-congres op 14 juni 2017 is met grote meerderheid een motie aangenomen, waarin het VNG-bestuur wordt opgeroepen om adequate financiering van wettelijke taken onderdeel van – en voorwaarde voor – een te sluiten bestuursakkoord met een nieuw kabinet te maken.
Bovengenoemde ontwikkelingen en feiten maken het onmogelijk om een betrouwbare raming af te geven van het BUIG-budget voor de komende jaren. Daarom hanteert de gemeente in deze begroting dezelfde ramingssystematiek als de afgelopen jaren, waarin voor het lopende en eerstvolgende begrotingsjaar een raming van baten en lasten wordt opgenomen op basis van de meest recente realisatiecijfers en de voor ons bekende informatie vanuit het Rijk en voor de jaren daarna uitgegaan wordt van kostendekkendheid.

Maatregelen voor het reduceren van het verwachte tekort op de BUIG

Om het tekort op de BUIG in 2017 en de daaropvolgende jaren te reduceren zet de gemeente Rotterdam een aantal maatregelen in. Naast de inzet op uitstroom naar werk en handhaving wordt er nog meer aandacht besteed aan:

  • het begeleiden van bijstandsgerechtigden naar deeltijdbanen (partiële inkomsten)
  • continuering van de inzet op gehele uitstroom naar werk.
  • de verhoging van de incasso opbrengsten
  • het vasthouden van de verbetering op de rechtmatigheid

Deze aanvullende maatregelen leiden naar verwachting tot een reductie van het verwachte tekort BUIG van ca. € 6,5 mln vanaf 2018.

Indien het verdeelmodel niet wordt aangepast en het BUIG-budget niet wordt heroverwogen ontstaat er vanaf 2019 naar verwachting een structureel tekort van ca. € 50-60 mln per jaar.