Ontwikkelingen

Gemeentefonds

Gemeenten kunnen zelfstandig beleid voeren met het geld dat het Rijk beschikbaar stelt uit het Gemeentefonds. Gemeenten moeten echter wel wettelijke taken bekostigen met het geld dat zij uit het Gemeentefonds ontvangen. Het gaat dan om taken als de uitgifte van paspoorten, de uitvoering van Jeugdzorg, verstrekkingen van bijstandsuitkeringen en de uitvoering van de wet Milieubeheer.

De omvang van de algemene uitkering van het Gemeentefonds ontwikkelt zich volgens de normeringssystematiek die het Rijk vaststelt. Daarnaast voegt het Rijk geld toe of onttrekt geld als er gemeentelijke taken bij komen of juist worden afgeschaft. De normeringssystematiek houdt in dat het fonds meebeweegt met de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU), volgens het principe 'Samen de trap op, samen de trap af'. Op deze manier bepaalt het Rijk het jaarlijkse groeipercentage (het accres) van het Gemeentefonds. Deze systematiek geldt sinds 1995 en is een bestuurlijke afspraak tussen het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). De netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU) zijn in grote lijnen de rijksuitgaven vermindert met de uitgaven aan zorg, sociale zekerheid en arbeidsmarkt.

Er zijn drie soorten uitkeringen uit het Gemeentefonds: integratie-uitkeringen (waaronder het Sociaal Domein), decentralisatie-uitkeringen en de algemene uitkering. Het Rijk kan besluiten meer of juist minder geld beschikbaar te stellen doordat de gemeente er taken bij krijgt of doordat de gemeente juist minder taken krijgt. De bedragen uit het Gemeentefonds kunnen ook variëren door veranderingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. De gemeente Rotterdam heeft als gedragslijn geld uit het Gemeentefonds in principe in te zetten voor het doel waarvoor het Rijk dit geld beschikbaar stelt of juist vermindert. Onderstaand zijn de financiële gevolgen voor de gemeente Rotterdam van de meicirculaire Gemeentefonds 2017 opgenomen.

Baten Gemeentefonds

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Voorjaarsnota

1.492.293

1.540.862

1.539.992

1.543.735

1.539.655

Integratie-uitkering Sociaal domein (3D)

12.447

21.920

21.567

22.768

22.652

Decentralisatie, integratie-uitkering

7.277

4.333

4.333

4.342

4.388

Algemene uitkering

5.948

11.388

17.661

16.857

17.891

Wijzigingen meicirculaire 2017

25.672

37.641

43.561

43.966

44.931

Stand Begroting 2018

1.517.964

1.578.503

1.583.553

1.587.701

1.584.586

Lasten Gemeentefonds

2017

2018

2019

2020

2021

VNG-betalingen

0

1.727

1.827

1.843

1.854

Cao-gemeenteambtenaren en doorwerking subsidies

0

11.250

15.000

15.000

15.000

Stelpost Algemene uitkering

0

-1.589

834

14

1.037

Totaal lasten

0

11.388

17.661

16.857

17.891

Integratie- en decentralisatieuitkeringen

De financiële effecten bij de integratie-uitkering Sociaal Domein komen in hoofdzaak door de toekenningen van loon- en prijsbijstellingen en de actualiseringen van waarden van maatstaven. Bij de decentralisatie en integratie-uitkeringen zijn de belangrijkste wijzigingen: de bommenregeling (2017: € 3,9 mln), Wmo/huishoudelijke hulp (vanaf 2017: € 2 mln) en Gezond in de Stad (vanaf 2018: € 1,95 mln). De lasten worden opgenomen bij desbetreffende producten.

Algemene uitkering

Ten opzichte van de decembercirculaire 2016 heeft het Rijk het geraamde accres in de meicirculaire Gemeentefonds 2017 voor alle jaren verhoogd. Het accres is de koppeling van het Gemeentefonds aan een gedeelte van de rijksuitgaven. Die verhoging is gedaan ondanks de demissionaire status van het kabinet. Ruim tweederde van de accresontwikkeling komt door de hogere inflatie. Deze werkt door in een hogere loon- en prijsontwikkeling op de rijksbegroting. Per saldo stijgt de algemene uitkering voor Rotterdam met € 5,9 mln in 2017, oplopend naar € 17,9 mln in 2021. Het voorstel is om hiervoor twee bedragen te reserveren, namelijk voor VNG-betalingen en de nieuwe Cao-gemeenteambtenaren. Hierdoor is de mutatie van de algemene uitkering ten opzichte van de Voorjaarsnota 2017 - met uitzondering van het jaar 2017- minimaal: € 5,9 mln in 2017 en ca. € 0,3 mln voor de periode 2018 tot en met 2021.

Betreft

2017

2018

2019

2020

2021

Mutatie baten algemene middelen

5.948

11.388

17.661

16.857

17.891

A

VNG-betalingen (reservering)

0

1.727

1.827

1.843

1.854

B

Cao-gemeenteambtenaren en doorwerking subsidies (reservering)

0

11.250

15.000

15.000

15.000

C

Totaal mutatie algemene middelen

5.948

-1.589

834

14

1.037

A-B-C

VNG-betalingen

Vanaf 2018 zijn rechtstreekse betalingen uit het Gemeentefonds aan derden (waaronder de VNG) wettelijk niet meer toegestaan. Het Rijk voegt het geld voortaan toe aan de algemene uitkering van het Gemeentefonds. Om gezamenlijke gemeentelijke activiteiten in de toekomst financieel te kunnen blijven betalen, heeft de VNG een Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering in het leven geroepen. Het gaat hierbij om activiteiten als het Beheer iSD standaarden en ICT-infrastructuur, Basisdienstverlening KING en 14+Netnummer. Gemeenten ontvangen hiervoor vanaf 2018 een rekening die zij uit de extra toevoeging kunnen betalen. Daarmee verloopt dit budgettair neutraal.

Cao-gemeenteambtenaren en doorwerking subsidies

De VNG en de vakbonden FNV, CNV en CMHF hebben op 4 juli 2017 een principeakkoord gesloten over de nieuwe Cao-gemeenteambtenaren. Deze cao kent een looptijd van 1 mei 2017 tot en met 31 december 2018. De verwachting is dat de onderhandelaars na de ledenraadpleging het akkoord op 5 oktober 2017 bekrachtigen. Vervolgens verwerkt onze gemeente de financiële gevolgen in de omissieregeling 2018. De nieuwe Cao-gemeenteambtenaren (met een stijging van de uitgaven van 3,13%) valt in 2018 1,46% hoger uit dan in de Voorjaarnota 2017 is begroot (1,67%). Dit leidt tot aanvullende lasten van € 11,25 mln in 2018. Vanaf 2019 loopt dit op naar € 15 mln. De effecten voor 2017 worden opgevangen in bestaande middelen.

Onzekerheden Gemeentefonds

De raming van het Gemeentefonds kent een aantal onzekerheden, nog los van de economische groei, waaronder (niet limitatief):

  • Rotterdam ontvangt op dit moment één van de hoogste bijdragen per inwoner uit het Gemeentefonds. Dit kan bij de komende herziening van de Financiële verhoudingswet / herverdeling van het Gemeentefonds wijzigen;
  • Een nieuw kabinet kan de huidige normeringssystematiek (‘trap op, trap af’) opnieuw bezien. Het gaat hierbij om een koppeling van het Gemeentefonds aan een gedeelte van de rijksuitgaven;
  • Het Rijk wil mogelijk een bestemming geven aan een eventuele groei van het accres, bijvoorbeeld voor bepaalde taken of bepaalde gebieden;
  • Onduidelijk is of het nieuwe kabinet een aanvullende efficiencykorting invoert, mogelijk boven op de bestaande ‘opschalingkorting’ voor gemeenten;
  • In de Najaarsnota Rijk 2016 (eind november 2016) staat de verwachting dat er landelijk minder geld - € 900 mln - is uitgegeven op een aantal, voor het Gemeentefonds relevante, budgetten. Het effect voor Rotterdam hiervan is ca. € 10 mln. Deze onderschrijding heeft zich, tegen de verwachting van velen in, niet voorgedaan. Gezien de langdurige kabinetsformatie is het denkbaar dat zich in 2017 alsnog een onderbesteding (€ 5 mln) voordoet. Een demissionair kabinet besluit in principe niet over beleidsrijke voorstellen. De algemene uitkering van het Gemeentefonds is hierdoor in 2017 -ten opzichte van de Voorjaarsnota- per saldo verhoogd met € 5 mln (€ 10 mln minus € 5 mln);
  • Voor het BTW-compensatiefonds is een plafond ingesteld. Het verschil tussen het plafond en de (geraamde) btw-declaraties van gemeenten wordt verrekend met het Gemeentefonds. Naar verwachting declareren gemeenten vanaf 2017 meer btw dan door het Rijk geraamd is. Hierdoor neemt de ruimte onder het plafond af. Dit leidt tot een lagere uitkering uit het Gemeentefonds aan gemeenten. Hiervoor is in de begroting van onze gemeente een stelpost opgenomen.
Indexering (trend) 2018

De gemeente stelt begroting in principe jaarlijks bij voor de verwachte prijsontwikkelingen. Voor zover mogelijk baseert de gemeente deze bijstelling op de inflatiepercentages die het Centraal Planbureau (CPB) in maart publiceert. Voor de twee voorafgaande begrotingsjaren vindt een nacalculatie plaats. Voor ‘materiële budgetten’ gebruikt de gemeente bijvoorbeeld de 'prijs overheidsconsumptie, netto materieel' (IMOC). Voor belastingen, leges, prijzen en tarieven hanteert de gemeente in principe de 'consumentenprijsindex' (CPI). Voor 2018 is deze 1,7%. Voor de loongevoelige budgetten worden de ‘te verwachten’ ontwikkelingen voor de Cao-gemeenteambtenaren en sociale lasten gebruikt (3%). Dit laatstgenoemde percentage wordt, zoals hierboven toegelicht, bij de omissieregeling aangepast.
Het trendpercentage voor de categorie ‘materieel’ voor het jaar 2018 heeft de gemeente gehalveerd naar 1,15%. Subsidies worden in principe met 2,1% verhoogd; het verschil tussen de trend van 2,8% en een taakstelling van 0,7%. Dit geldt niet voor de subsidies die de gemeente betaalt uit de integratie-uitkering Sociaal Domein. Hiervoor geldt een afwijkende systematiek. Voor het algemene beeld levert deze trendaanpassingen een structureel voordeel op van € 7,13 mln.