Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als het totaal van de algemene reserve, de financieringsreserve en de kredietrisicoreserve. Met ingang van 2018 is de financieringsreserve opgeheven en zijn de middelen toegevoegd aan de algemene reserve. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat het weerstandsvermogen aan het einde van de collegeperiode minimaal € 160 mln bedraagt. Met de voorliggende begroting wordt aan deze norm voldaan.

Weerstandsvermogen (bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Algemene reserve

136

148

76

100

96

94

91

Begroot resultaat

0

0

0

0

0

0

0

Algemene reserve inclusief resultaat

136

148

76

100

96

94

91

Financieringsreserve

67

79

82

0

0

0

0

Kredietrisicoreserve

58

64

68

69

69

69

69

Weerstandsvermogen

260

290

225

169

165

163

160

Norm gemeente Rotterdam o.g.v. Coalitieakkoord 2014-2018: minimaal € 160 mln eind 2018

Weerstandsratio

De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door álle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegaan, de stille reserves en eventuele onbenutte belastingcapaciteit (deze wordt op nul geraamd). De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie van de risico’s die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicocumulatiemodel ingevoerd. In het Coalitieakkoord ‘Volle kracht vooruit’ is afgesproken dat de weerstandsratio aan het eind van de collegeperiode minimaal 1,4 bedraagt. Met de voorliggende begroting wordt aan deze norm voldaan.

Weerstandsratio (bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Beschikbare weerstandscapaciteit

790

865

771

644

585

552

542

Benodigde weerstandscapaciteit

255

277

305

305

305

305

305

Weerstandsratio

3,1

3,1

2,5

2,1

1,9

1,8

1,8