EMU-saldo

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar.

De begroting van Rotterdam is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten.
Het EMU saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.

Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren. Het verschil tussen het exploitatiesaldo en het EMU-saldo is dat in het EMU-saldo
investeringsuitgaven en aan- en verkopen van grond zijn opgenomen maar geen afschrijvingen
en toevoegingen aan reserves en voorzieningen wat wel het geval is in het exploitatiesaldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben.

Het EMU-saldo van Rotterdam voor 2017 komt uit op -€ 383 miljoen. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 383 miljoen euro groter zijn dan de inkomsten, vooral als gevolg van de toenemende investeringen. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting. Cijfers uit het verleden laten zien dat het gerealiseerde EMU-saldo (bij jaarrekening) altijd binnen de norm is gebleven, ook als een tekort was geprognotiseerd. Oorzaak is met name het planningsoptimisme bij investeringen. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van de ramingen.

EMU-saldo (bedragen x € 1 mln)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

1. Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

68

0

-190

-176

-66

-35

-19

2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

133

115

112

123

125

121

120

3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

62

41

30

29

30

30

33

4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

-135

-159

-361

-368

-307

-242

-156

5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4.

7

16

34

29

30

31

19

6. Baten uit desinvesteringen in (im)materiële activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

8

31

17

9

9

10

10

7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouwwoonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

-73

-30

-62

-66

-40

-39

-39

8. Baten bouwgrondtransacties voor zover transacties niet op exploitatie verantwoord

68

31

72

83

47

43

43

9. Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen

-70

-47

-35

-30

-30

-31

-33

10. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

-

-

-

-

-

-

-

11. Verkoop van effecten

-51

-

-

-

-

-

-

Berekend EMU-saldo

16

-3

-383

-367

-203

-111

-21

Individuele referentiewaarde ministerie BZK

-172