Rente

De financiering van de gemeentelijke investeringen vindt hoofdzakelijk plaats met reserves en voorzieningen - lange interne financieringsmiddelen - en met extern aangetrokken geldleningen. Als uitgangspunt geldt dat de financieringswijze geen rol mag spelen bij de kostprijsberekening van gemeentelijke producten. Daarom rekent de gemeente ook rente toe aan de reserves en voorzieningen. De totale gemeentelijke vermogenskosten bestaan daarmee uit de externe rentelasten over de korte en lange financiering en de berekende rentelasten over de interne financieringsmiddelen. De gemeente werkt met een omslagrentemethodiek. Dat wil zeggen dat de gemeentelijke vermogenskosten worden toegerekend aan de gemeentelijke producten op basis van de boekwaarde van desbetreffende investeringen op de balans.

De rentevergoeding die wordt berekend over de reserves en voorzieningen wordt ook wel aangeduid als de 'bespaarde rente'. De ‘bespaarde rente’ is geen werkelijke uitgave zoals de rente die de gemeente voor externe geldleningen betaalt, maar blijft binnen de eigen begroting. De gemeente kan deze ‘bespaarde rente’ gebruiken voor andere doeleinden. De gemeente heeft de keuze om deze rente op te nemen als dekking van lasten elders in de begroting of toe te voegen aan de reserves. De toevoeging aan de reserves kan daarbij worden beschouwd als een inflatievergoeding, zodat 'de koopkracht' van het eigen vermogen van de gemeente. Daarboven draagt deze rentetoevoeging bij aan het uitbreiden van het investerend vermogen van de gemeente.