De ontwikkeling van de Rotterdamse lastendruk

Om duiding te geven aan de lokale lastendruk 2018, volgt hieronder een schets van de recente tarievenontwikkeling in de gemeente Rotterdam. Bedragen zijn in hele euro's tenzij anders vermeld. Eerst wordt ingegaan op de ontwikkeling van de woonlasten 2016-2017 (gebaseerd op COELO) om vervolgens een doorkijk te geven op de ontwikkeling van de woonlasten 2017-2018.

Ontwikkeling woonlasten 2016 - 2017

De gemeenteraad heeft op 10 november 2016 de belastingverordeningen en –tarieven 2017 vastgesteld. Deze verordeningen en tarieven hebben gevolgen voor de ontwikkeling van de woonlasten in 2017 ten opzichte van 2016. Hieronder volgt een schets van deze ontwikkeling.
Het COELO heeft begin 2017 het overzicht ‘Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2017’ gepresenteerd. Deze jaarlijkse publicatie vergelijkt de woonlasten van de 38 grootste gemeenten met elkaar. De woonlasten omvatten het totaal van de gemiddelde aanslag onroerende zaakbelasting eigenaar woningen (OZB), het rioolrecht en de afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens.
Onderstaande tabel bevat een vergelijking door de COELO van de ontwikkeling in woonlasten meerpersoonshuishoudens van Rotterdam 2017 en 2016, afgerond in hele euro’s.

Tabel : Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten Rotterdam 2016-2017

Tarief 2017 (in €)

Mutatie 2017 t.o.v. 2016 (in %)

OZB- eigenaar woning

191

0,1

Afvalstoffenheffing

333

-4,04

Rioolheffing

190

3,43

Totale gemiddelde woonlasten

714

-1,1

Bron: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2017

Uit het vergelijkend onderzoek onder de 38 grootste gemeenten blijkt dat de gemiddelde woonlasten in 2017 met 0,2 % dalen tot € 678 (1 euro minder dan 2016).
Deze woonlastendaling in 2017 onder de grote gemeenten komt in de eerste plaats doordat de afvalstoffenheffing daalt met 1,6%. Eigenaar-bewoners betalen gemiddeld ook minder voor de rioolheffing (0,5%). De gemiddelde OZB-aanslag stijgt met 1,7%.
De woonlasten zijn in 2017 het laagst in ’s Gravenhage (€ 549) en het hoogst in Delft (€ 846). Veertien gemeenten hebben hun woonlasten ten opzichte van 2016 verlaagd; Amsterdam het meest (3,7 %) terwijl Deventer deze het sterkst verhoogt, namelijk met 4,5%.

Tabel : Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten G4 2016-2017

Woonlasten meer-persoonshuishouden 2017

Mutatie tov 2016 (in %)

Rangorde woonlasten 2017 G35

’s Gravenhage

549

-0,3

38

Amsterdam

586

-3,7

34

Utrecht

702

-0,9

24

Rotterdam

714

-1,1

21

Gemiddelde G35

678

-0,2

Bron: COELO –Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2017

Door de daling van de tarieven afvalstoffenheffing, het nagenoeg stabiel blijven van de gemiddelde OZB-aanslag bewoner/eigenaar en de trendmatige verhoging van de rioolheffing, zijn de totale woonlasten in Rotterdam ten opzichte van 2016 relatief gedaald. Rotterdam staat in de rangorde van gemeente met de hoogste woonlasten inmiddels op een eenentwintigste plaats (in 2014 de negende plaats, in 2015 de vijftiende plaats en in 2016 de twintigste plaats). Binnen G4-verband staat Rotterdam, evenals in 2015 en in 2016, op de eerste plaats.
In onderstaande tabel wordt een vergelijking gemaakt tussen de stijgingspercentages in 2017 van de belangrijkste tarieven in Rotterdam ten opzichte van die van de G35 (de35 grootste gemeenten in Nederland).

Tabel : Ontwikkeling tarieven Rotterdam en G35 2016 - 2017

Percentage 2017 t.o.v. 2016

Rotterdam

G 35

OZB eigenaar

0,10%

1,70%

Afvalstoffenheffing

-4,00%

-1,60%

Rioolheffing

3,40%

-0,50%

Totale woonlasten

-1,1

-0,2

Bron: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2017

In 2017 daalden gemiddeld de woonlasten onder de G-35 gemeenten heel licht (met 0,2%). In Rotterdam was er sprake van een grotere daling van gemiddelde woonlasten met in totaal 0,9%. De afvalstoffentarieven daalden in 2017 sterker dan gemiddeld onder de grote gemeenten en de OZB-aanslagen stegen minder hard dan gemiddeld onder de grote gemeenten. Echter, de stijging van de riooltarieven in Rotterdam was hoger dan gemiddeld binnen de G35.
Door o.a. de kwijtscheldingslasten niet langer toe te rekenen kon de daling van de tarieven afvalstoffenheffing, die in 2015 was ingezet, in 2016 en in 2017 doorgezet worden.
Van belang is ook hoe de Rotterdamse tarieven afsteken tegen de tarieven in de omliggende gemeenten. Een vergelijking per afzonderlijk tarief kan echter een vertekening opleveren, omdat een gemeente ervoor kan kiezen om bijvoorbeeld de OZB iets meer te belasten ten gunste van een lagere rioolheffing. Er ontstaat echter wel een globaal beeld wanneer de drie belangrijkste tarieven voor meerpersoonshuishoudens met elkaar worden vergeleken.

Tabel : Ontwikkeling Tarieven 2016- 2017 Rotterdam en regio (in hele euro’s)

Woonlasten meer-persoonshuishouden 2017

Stijging tov 2016 (in %)

Rangorde woonlasten 2017 *

1. Capelle a/d IJssel

612

-0,3

29

2. Ridderkerk

659

20

73

3. Nisserwaard

685

0

95

4. Rotterdam

714

-1,1

137

5. Vlaardingen

724

0,8

154

6. Schiedam

749

1,4

203

7. Barendrecht

786

0,5

271

8. Albrandswaard

860

22,2

358

9. Lansingerland

878

-9,8

366

Gemiddelde Nederland

723

0

Bronnen: COELO – Atlas Lokale Lasten 2017
* = betreft de landelijke rangorde gemeentelijke woonlasten voor een meerpersoonshuishouden. Nummer 1 heeft de laagste gemeentelijke woonlasten. De rangorde van Rotterdam in 2016 was 151.

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat in 2017 de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in Rotterdam - naar hoogte - de vierde plek in de regio bezet. Per afzonderlijk tarief is de situatie wisselend.
Overigens verdient de onderlinge vergelijking van de hoogten van gemeentelijke tarieven een aantal nuanceringen. Gemeenten kunnen namelijk binnen dezelfde kaders van wet- en regelgeving onderling verschillende keuzen en afwegingen maken. Het gaat om afwegingen in bijvoorbeeld het voorzieningenniveau voor de inwoners, afwegingen in de opgaven waarvoor gemeenten zich gesteld zien door de eigen fysieke en sociaaleconomische situatie, en afwegingen in de kosten die zij daarvoor willen maken. Het gaat bij dat laatste om welke kosten zij toerekenen aan een tarief of een keuze voor een alternatieve dekking van kosten, om de bepaling welk percentage van kostendekkendheid de tarieven moeten hebben en zo meer.

Ontwikkeling woonlasten 2017 – 2018

Het college stelt voor de gemeentelijke woonlasten (dat is het totaal van de gemiddelde aanslag OZB-eigenaar woningen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing) in 2018 voor een eenpersoonshuishouden met € 4,73 (-0,7%) ten opzichte van 2017 te laten dalen. Voor een meerpersoonshuishouden is het voorstel de gemeentelijke woonlasten ten opzichte van 2017 gelijk te houden.


Tabel: Ontwikkeling woonlasten 2017 – 2018: eenpersoonshuishouden (in hele euro's)

Tarief 2017 (in €)

Stijging 2017 t.o.v. 2016 (in %)

Tarief 2018 (in €)

Stijging 2018 t.o.v. 2017 (in %)

OZB- eigenaar woning

191,05

-0,1

187,32

-2

Afvalstoffenheffing

293,2

-8,7

283,9

-3,2

Rioolheffing (basistarief)

189,9

3,43

198,2

4,4

Totale woonlasten

674,15

-3,1

669,42

-0,7

Bron: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2017

Tabel: Ontwikkeling woonlasten 2017 – 2018: meerpersoonshuishouden (in hele euro's)

Tarief 2017 (in €)

Stijging 2017 t.o.v. 2016 (in %)

Tarief 2018 (in €)

Stijging 2018 t.o.v. 2017 (in %)

OZB- eigenaar woning

191,05

-0,1

187,32

-2

Afvalstoffenheffing

332,9

-4,04

328,2

-1,4

Rioolheffing (basistarief)

189,9

3,43

198,2

4,4

Totale woonlasten

713,85

-1,1

713,72

0

Bron: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2017

De gemiddelde OZB-aanslag voor een woningeigenaar daalt ten opzichte van 2017. Het basisrecht rioolheffing stijgt ten opzichte van 2017 met € 8,30 conform Gemeentelijk Rioleringsplan 4 (GRP 4).
De OZB-tarieven en de tarieven rioolheffing zijn niet afhankelijk van de grootte van het huishouden, zoals de tarieven afvalstoffenheffing dat wel zijn.
De tarieven voor 2018 worden overigens apart van de begroting 2018 door de gemeenteraad vastgesteld.
De belastingcapaciteit is een op basis van het BBV verplichte financieel kengetal. De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de lokale lastendruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden van de gemeente in het komend begrotingsjaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het lopend begrotingsjaar en het voorgaand rekeningjaar. De uitkomst van deze vergelijking wordt uitgedrukt in een percentage. Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) zorgt voor de berekening van de landelijke gemiddelden en deze hebben betrekking op het voorafgaand jaar.

Tabel: financieel kengetal belastingcapaciteit 2015-2018 (in hele euro's tenzij anders vermeld)

Rekening 2015

Rekening 2016

Begroting 2017

Begroting 2018

A

OZB- eigenaar woning

191

191

191

187

B

Afvalstoffenheffing

360

347

333

328

C

Rioolheffing

179

184

190

198

D

Eventuele heffingskorting

0

0

0

0

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

729

722

714

714

F

Landelijk gemiddelde woonlasten (t-1)

704

716

679

723

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde voorafgaand jaar (E/F) x 100%

1,04

1,01

1,05

0,99

Bronnen: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2016 en 2017 COELO- Atlas van de lokale lasten 2015, 2016 en 2017

Op grond van de voorgestelde tarieven 2018 zullen de aldus berekende woonlasten in Rotterdam in 2018 dalen van 1,05 naar 0,99. Enerzijds blijven de gemeentelijke woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in 2018 ten opzichte van 2017 gelijk. Tegenover het stijgende tarief rioolheffing staat namelijk een daling van zowel de gemiddelde OZB-aanslag eigenaar/bewoner als het tarief afvalstoffenheffing. Per saldo blijven deze woonlasten daarmee gelijk aan 2017. Anderzijds zijn de landelijk gemiddelde woonlasten waarmee gerekend moet worden toegenomen. De totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden zullen daarmee in 2018 in absolute zin niet dalen, maar in relatieve zin wel.