Tarieven 2018

Beleidsuitgangspunt is dat de gemeentelijke tarieven, op basis van de CPI-methodiek, in 2018 met maximaal 1,7% mogen stijgen ten opzichte van 2017. Onderstaande tarieven zijn een uitzondering op dit beleidsuitgangspunt.

Onroerende - zaakbelasting

De geraamde, totale opbrengsten onroerende- zaakbelastingen (hierna: OZB) 2018 bedragen circa € 237 mln.

De opbrengsten zijn de uitkomst van de rekensom: totale waarde onroerend goed x tarief. Omdat de waarde van het onroerend goed een autonoom gegeven is dat jaarlijks via taxatie wordt bepaald, en de opbrengsten voor ieder begrotingsjaar taakstellend worden vastgesteld door de raad, is de hoogte van de OZB-tarieven voor enig belastingjaar hiervan de rekenkundige afgeleide.
Voor belastingjaar 2018 moet op basis van de marktanalyse rekening worden gehouden met een gemiddelde waardestijging met 7,0% van de woningen (peildatum: 1 januari 2017). Voor de niet-woningen moet rekening worden gehouden met een gemiddelde waardedaling met 1,0% (peildatum: 1 januari 2017).

Gegeven deze waardeontwikkeling enerzijds en de taakstellende opbrengsten anderzijds, wordt voorgesteld het tarief OZB eigenaar woningen met 7,4 % ten opzichte van 2017 te laten dalen. Het tarief eigenaren niet-woningen stijgt licht met 1,9% evenals het tarief gebruikers niet-woningen. Hierbij is de CPI van 1,7% reeds meegenomen en is rekening gehouden met de waardedaling van niet woningen van 1%.

Uiteindelijk gaat het er om welk aanslagbedrag de belastingplichtige eigenaar/bewoner aantreft op zijn OZB-aanslag. De gemiddelde OZB-aanslag voor een eigenaar / bewoner van een woning daalt met
€ 3,73 (-1,95%) t.o.v. 2017.
In deze tariefberekening is verder, conform de bepalingen van de Kadernota Lokale Lasten 2014 – 2018, rekening gehouden met oninbaarheid.

Afvalstoffenheffing

Sinds 2015 kent Rotterdam een tariefsdifferentiatie afvalstoffenheffing. Niet langer betaalt ieder Rotterdams huishouden eenzelfde tarief, maar betaalt een eenpersoonshuishouden een ander tarief dan een meerpersoonshuishouden. Meerpersoonshuishoudens bieden gemiddeld immers meer afval aan dan een gemiddeld eenpersoonshuishouden. Verder rekent de gemeente als gevolg van de beleidsuitgangspunten van het coalitieakkoord met ingang van 2018 geen kwijtscheldingslasten meer toe aan dit tarief.

Door een verdere verlaging van de kosten, en door geen kwijtscheldingslasten meer toe te rekenen aan het tarief, kunnen de tarieven afvalstoffenheffing in 2018 verder dalen. Bij de verlaging van kosten gaat het onder meer om personeelskosten, lagere kapitaallasten en verlaging van de veegkosten. Verder is er een voordelig effect door een betere prognose van het aantal huishoudens dat kan worden aangeslagen. De voorgestelde tarieven afvalstoffenheffing 2018 bedragen voor een eenpersoonshuishouden € 283,90 (hetgeen neerkomt op een daling met € 9,30 oftewel 3,2% t.o.v. 2017) en voor een meerpersoonshuishouden € 328,20 (hetgeen neerkomt op een daling met € 4,70 oftewel 1,4% t.o.v. 2017).

Rioolheffing

In 2015 is een nieuwe gemeentelijk rioleringsplan (GRP4) opgesteld. Het opstellen van een GRP is vanuit de Wet milieubeheer een planverplichting en beschrijft hoe de gemeente omgaat met haar rioleringszorg. De gemeentelijke rioleringszorg bestaat uit drie zorgplichten: de zorg voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. De kosten hiervan worden voor het grootste deel gedekt door de baten uit de rioolheffing. Door de toename van de kosten, met name door de noodzakelijke vervanging van jaarlijks 40 kilometer riool, zal de komende jaren de rioolheffing omhoog gaan.

Voor 2018 stelt het college voor het tarief van de rioolheffing met € 8,30 te laten stijgen ten opzichte van het tarief van 2017. Het tarief 2018 komt daarmee uit op € 198,20.

Uiteindelijk gaat het erom welk aanslagbedrag de belastingplichtige eigenaar/bewoner aantreft op zijn OZB-aanslag. De gemiddelde OZB-aanslag voor een eigenaar/bewoner van een woning stijgt met € 3,73 (-2%) ten opzichte van 2017. In deze tariefsberekeningen houdt de gemeente verder, volgens de bepalingen van de Kadernota Lokale Lasten 2014 – 2018, rekening met oninbaarheid en leegstand.

Afschaffing hondenbelasting

In het coalitieakkoord is uitgesproken de tarieven voor de hondenbelasting in de periode 2016 – 2018 geleidelijk te verlagen tot uiteindelijk 30% ten opzichte van 2014. Als gevolg van de aangenomen motie Woef-belasting (17bb6249) tijdens de behandeling van de kaderbrief wordt met ingang van 2018 de hondenbelasting afgeschaft.

Hiermee sluit Rotterdam zich aan bij andere gemeenten die recentelijk ook de hondenbelasting hebben afgeschaft. Enkele gemeenten die in 2016 nog wel hondenbelasting hieven, hebben deze belasting voor 2017 afgeschaft. Deze gemeenten zijn: Albrandswaard, Bergen (NH), Diemen, Eemsmond, Elburg, Kaag en Braassem, Landsmeer, Montfoort, Nieuwkoop, Papendrecht, Roosendaal en Veghel. Inmiddels hebben 140 gemeenten de hondenbelasting afgeschaft. Amsterdam heeft dat reeds per 1 januari 2016 gedaan.

Bevriezing kwijtscheldingspercentage op 55% in 2018

Volgens het coalitieakkoord zou het percentage van de aanslag Afvalstoffenheffing dat voor kwijtschelding in aanmerking komt in 2018 worden verlaagd naar 50%. Als gevolg van het zomerakkoord is besloten om het percentage van de aanslag 2018 ASH dat voor kwijtschelding in aanmerking komt voor 2018 op hetzelfde niveau te houden als in 2017. Dit houdt in dat het kwijtscheldingspercentage in 2018 55% is in plaats van 50%.

Rechten markten

In lijn met de in het Coalitieakkoord 2014 – 2018 “Volle kracht vooruit” gemaakte afspraak om de markttarieven in 2018 met 20% te verlagen ten opzichte van 2014, wordt voorgesteld de markttarieven in 2018 niet te verhogen. Hiermee wordt dit beleidsvoornemen van het college gerealiseerd.

Leges Omgevingsvergunning

Wanneer de tarieven ten opzichte van 2017 ongewijzigd vastgesteld zouden worden, zou gelet op de nu opgestelde prognoses voor 2018 een fors overschot op de inkomstenpost Leges omgevingsvergunning ontstaan. Gelet op het criterium van een maximaal kostendekkend legestarief, heeft dus een heroverweging van de vast te stellen tarieven plaatsgevonden. Voor de aanvragen Omgevingsvergunning met een bouwsom tot € 1,1 mln is lineair geprognotiseerd op basis van de huidige resultaten 2017 met in achtneming van een toename van de bouwproductie ten gevolge van positieve economische groei.

Voor aanvragen Omgevingsvergunning met een bouwsom vanaf € 1,1 mln is de prognose voor 2018 vastgesteld op basis van concreet te verwachten projecten. Hieruit blijkt dat de bouwende partners nog steeds initiatieven ontplooien, zodat een toename van de grotere projecten ten opzichte van 2017 zal ontstaan. Daar horen ook niet-woningbouwprojecten bij. De inschatting van aanvragen in deze categorie kent een groter risico op afwijkingen. Deze aanvragers zijn voor hun bouwplannen namelijk niet afhankelijk van de gemeente, anders dan voor een vergunning. Er zijn dan geen “logische kanalen” om aan deze informatie te komen; er zijn geen anterieure overeenkomsten, partijen zijn professioneel en als er vooroverleg wordt gezocht met de gemeente is dat in het jaar van aanvraag.

Als gevolg van de opgestelde prognose stijgen de inkomsten significant en is opnieuw een reductie van de legestarieven voor de omgevingsvergunning bouw mogelijk en voorgesteld. De overige tarieven voor overige Omgevingsvergunningen worden alleen verhoogd met de CPI-trend 1,7%.