Kasgeldlimiet

Toets kasgeldlimiet

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Grondslag: omvang oorspronkelijke begroting

3.623.553

3.492.398

3.619.792

3.486.994

3.486.994

3.486.994

3.486.994

Kasgeldlimiet (8,5% van grondslag)

308.002

296.854

307.682

296.394

296.394

296.394

296.394

Gemiddelde korte schuld

272.338

292.306

275.000

275.000

275.000

275.000

275.000

Gemiddelde korte middelen

-6.304

-5.069

0

0

0

0

0

Gemiddelde netto korte schuld

266.034

287.237

275.000

275.000

275.000

275.000

275.000

In % begroting

7,3%

8,2%

7,6%

7,9%

7,9%

7,9%

7,9%

Ruimte (+) / overschrijding (-)

41.968

9.617

32.682

21.394

21.394

21.394

21.394

De gemeente mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Dit is naar verwachting € 296 mln in 2018. Volgens wettelijke voorschriften wordt de grondslag van de daaropvolgende jaren gelijkgehouden aan het begrotingsjaar 2018. De kasgeldlimiet mag niet meer dan drie achtereenvolgende kwartalen overschreden worden. Gebeurt dit wel dan moet de gemeente de Provincie Zuid-Holland daarover informeren en daarbij een plan aanbieden om weer te gaan voldoen aan de kasgeldlimiet. De in de tabel getoonde bedragen zijn jaargemiddelden. Er moet enerzijds rekening worden gehouden met beschikbare kredietlijnen en anderzijds met tijdelijke uitschieters in de behoefte aan kort geld. Daarom wordt voorzichtigheidshalve enige marge aangehouden onder de kasgeldlimiet en wordt de komende jaren gestuurd op een gemiddelde netto korte schuld van
€ 275 mln.