Renterisiconorm

Toets renterisiconorm

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Grondslag: omvang oorspronkelijke begroting

3.623.553

3.492.398

3.619.792

3.486.994

3.486.994

3.486.994

3.486.994

Renterisiconorm (20% van grondslag)

724.711

698.480

723.958

697.399

697.399

697.399

697.399

Renteherzieningen

50.000

50.000

57.780

52.966

12.367

8.081

11.040

Aflossingen

292.490

290.302

280.388

219.197

387.757

309.233

290.767

Renterisicobedrag

342.490

340.302

338.168

272.163

400.125

317.313

301.807

In % begroting

9,5%

9,7%

9,3%

7,8%

11,5%

9,1%

8,7%

Ruimte (+) /
overschrijding (-)

382.221

358.178

385.790

425.235

297.274

380.085

395.592

Bij de structurering van de lange schuld moet de gemeente voldoen aan de wettelijke vereisten die zijn vastgelegd in de Wet Fido. Bij het aantrekken van lange geldleningen moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet Fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Hoewel de Wet Fido dit niet voorschrijft, wordt uit voorzichtigheidsoverwegingen onder de aflossingen ook de herfinancieringsbehoefte onder de renteswaps (zie paragraaf 4.8.5.1) meegeteld. Hiermee wordt het gebruik van renteswaps gelimiteerd. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. De omvang van de begroting 2018 geldt volgens de wet ook als grondslag voor de toetsing van de daaropvolgende jaren. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is het renterisico in de huidige leningenportefeuille goed gespreid en blijft er de komende jaren sprake van voldoende ruimte onder de renterisiconorm.