Arbeidskosten

De ramingen zijn de afgelopen jaren al naar boven bijgesteld, de kosten voor arbeid laten dan ook een stijgende trend zien. De toename van de arbeidskosten is verklaarbaar gezien de effecten van de cao en de (deels tijdelijke) uitbreiding van de formatie. De uitbreiding van de formatie is noodzakelijk als gevolg van bijvoorbeeld bestuursopdrachten, de ontwikkelopgave bij Vastgoed en piekopvang in de werkzaamheden.

De totale arbeidskosten zijn bij 8-maands rapportage met 6,9% gestegen, ten opzichte van de begroting 2018, en zijn gedekt vanuit programmabudgetten, uitbestede werkzaamheden, opbrengsten en bestemmingsreserves.Van deze toename is ongeveer driekwart ingevuld met externe inhuur en een kwart met vaste formatie. Waar bij de begroting 2018 nog werd uitgegaan van ruim 5% uitgaven voor inhuur, is dat bij de 8-maandsrapportage nu bijna 10%. De keuze voor externe inhuur is met betrekking tot het flexibeler inrichten van het personeelsbestand goed te rechtvaardigen. Het is vooralsnog echter lastig om dit realistisch te ramen.

Gedurende het begrotingsjaar 2018 volgt het college nauwgezet de ontwikkelingen op dit gebied. Allereerst is het zaak om aan de hand van een analyse over het jaar 2017 de oorzaken van het verschil tussen de ramingen en de realisatie helder te krijgen en in hoeverre dit is toe te schrijven aan incidentele dan wel structurele factoren. Vervolgens kan worden bezien op welke onderdelen de ramingen kunnen worden geoptimaliseerd, door bijvoorbeeld trends uit het verleden door te vertalen in de ramingen en door de Strategische Personeelsplanning (SPP) verder te ontwikkelen. Daarnaast toetsen we of de verhouding tussen externe inhuur en vaste formatie aansluit bij een meerjarige capaciteitsinzet die flexibel kan mee bewegen met ontwikkelingen in de samenleving. Hierdoor kan ook beter worden gestuurd op de ontwikkeling van het personeel, het voorkomen van HPK’ers en de ontwikkeling van gerelateerde voorzieningen zoals concernhuisvesting. Met de 4- en 8-maandsrapportages worden de tussentijdse bevindingen hierover met de raad gedeeld.

Om te kunnen voldoen aan de ontwikkelingen in de stad maken de clusters afwegingen met betrekking tot de invulling van de capaciteitsbehoefte. Daar waar sprake is van een behoefte aan tijdelijke inzet wordt de keuze gemaakt om die in te vullen met externe inhuur om op die manier met de vraag mee te kunnen bewegen zonder hiervoor vaste medewerkers aan te stellen. Ook extra taken die de gemeente krijgt, collegeprioriteiten en opdrachten vanuit de markt zorgen voor een (tijdelijke) verhoogde capaciteitsvraag (onder andere gedekt vanuit project- en programmabudgetten en reserves).
In onderstaande tabel wordt het bijgestelde begrote bedrag, de realisatie en de prognose van de arbeidskosten over de eerste acht maanden van 2017 gepresenteerd.

Kosten arbeid ( x € 1.000) per organisatieonderdeel

Begroting 2017

Omissie 2017

4-Maands 2017

8-Maands Mutaties

8-Maands 2017

Realisatie 31.08.2017

Prognose 2017

Dienstverlening

50.113

50.725

50.817

2.104

52.921

35.229

54.167

Maatschappelijke ontwikkeling

148.546

148.732

152.408

1.387

153.795

109.956

166.001

Stadsbeheer

182.047

180.777

181.706

7.616

189.322

126.021

189.321

Stadsontwikkeling

106.854

115.905

120.423

5.976

126.398

80.253

127.898

Werk & Inkomen

93.296

94.594

94.820

1.748

96.568

63.708

96.568

Bestuurs- en Concernondersteuning

165.377

174.434

175.229

4.796

180.025

115.290

179.360

Directie Veilig

15.742

16.369

16.393

122

16.515

12.747

17.704

Van Werk naar Werk

10.065

10.044

16.248

-3.987

12.262

6.633

12.816

Gem. Secr., Concern Auditing, Middelen & Control

16.545

14.968

15.314

248

15.563

10.286

15.442

Concern

788.585

806.548

823.358

20.011

843.369

560.122

859.277

Kostenplaats Raad

6.425

6.419

6.419

325

6.743

4.585

6.641

Totaal

795.010

812.966

829.777

20.335

850.112

564.707

865.918

De 8-maands mutaties op de arbeidskosten hebben betrekking op de verdere uitwerking van het werkpakket en invulling van capaciteitsbehoefte door inzet van derden. De overige mutaties hebben grotendeels betrekking op het anticiperen op de effecten die zullen volgen uit het cao-akkoord en formatie-uitbreidingen. De dekking voor deze herziening komt vanuit programmabudgetten, uitbestede werkzaamheden, opbrengsten en bestemmingsreserves.

Van de arbeidskosten betreft 10,2% besteding aan invulling van de benodigde capaciteit door inzet van derden (externe inhuur). De prognose eind 2017 laat zien dat verwacht wordt dat zo’n 10,5% van de arbeidskosten besteed zal worden aan externe inhuur. 79% Van de externe inhuur vindt plaats in de uitvoerende clusters (inclusief Directie Veiligheid en Raad) en komt daarmee ten goede aan de uitvoering van de primaire taken van onze gemeente. Zo’n 87% van deze inzet in de uitvoerende clusters wordt uitgevoerd door uitzendkrachten.

Onderstaand de begroting voor 2018 en verder.

Kosten arbeid (x € 1.000) per organisatieonderdeel

Realisatie 2016

Begroting 2017

Begroting 2018

Prognose 2019

Prognose 2020

Prognose 2021

Dienstverlening

50.965

50.113

50.354

48.702

48.598

48.535

Maatschappelijke ontwikkeling

150.772

148.546

141.225

138.129

137.890

137.646

Stadsbeheer

182.784

182.047

189.350

187.260

187.260

187.260

Stadsontwikkeling

111.790

106.854

131.807

131.258

121.506

121.168

Werk & Inkomen

88.941

93.296

100.652

99.032

96.379

97.002

Bestuurs- en Concernondersteuning

168.200

165.377

172.141

168.619

168.064

168.064

Directie Veilig

17.586

15.742

16.883

16.810

16.754

16.754

Van Werk naar Werk

20.507

10.065

9.288

6.232

6.590

2.564

Gem. Secr., Concern Auditing, Middelen & Control

14.836

16.545

15.271

15.176

15.176

15.176

Concern

806.381

788.585

826.971

811.217

798.217

794.168

Kostenplaats Raad

6.116

6.425

6.764

6.330

6.330

6.330

Concernfinancien

24.411

0

0

0

0

0

Totaal

836.908

795.010

833.735

817.547

804.547

800.498

Loonkosten
De 8-maands mutaties tellen voor de loonkosten op naar ruim € 2 miljoen.

Loonkosten (x € 1.000) per organisatieonderdeel

Begroting 2017

Omissie 2017

4-Maands 2017

8-Maands Mutaties

8-Maands 2017

Realisatie 31.08.2017

Prognose 2017

Dienstverlening

48.705

48.730

48.678

-196

48.483

32.649

49.809

Maatschappelijke ontwikkeling

141.922

142.295

143.917

1.156

145.073

99.334

150.762

Stadsbeheer

172.981

172.232

171.326

5.416

176.742

116.279

176.742

Stadsontwikkeling

99.592

104.776

105.643

-7

105.636

69.588

107.035

Werk & Inkomen

91.072

91.522

83.968

-1.731

82.237

52.610

82.237

Bestuurs- en Concernondersteuning

151.885

158.490

158.743

1.039

159.782

103.559

157.080

Directie Veilig

15.742

16.369

16.393

122

16.515

12.517

17.648

Van Werk naar Werk

10.065

10.044

16.248

-3.987

12.262

6.414

12.261

Gem. Secr., Concern Auditing, Middelen & Control

16.299

14.721

14.768

100

14.868

9.813

14.842

Concern

748.263

759.180

759.685

1.912

761.597

502.763

768.416

Kostenplaats Raad

6.266

6.127

6.127

138

6.265

4.104

6.174

Eindtotaal

754.529

765.307

765.812

2.050

767.862

506.867

774.590

Het verschil tussen de prognose 2017 en de bijgestelde begroting (8-maands) ligt in het feit dat de begroting gebaseerd is op de formatie en de prognose op de daadwerkelijke bezetting. Daar waar een cluster te maken heeft met een over- of onderbezetting of medewerkers die duurder zijn dan het gehanteerde loonkostenmodel (als gevolg van een hogere periodiek of toelagen) komt de prognose hoger of lager uit dan de begroting.

Loonkosten (x € 1.000) per organisatieonderdeel

Realisatie 2016

Begroting 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Dienstverlening

48.407

48.705

49.404

47.917

47.813

47.750

Maatschappelijke ontwikkeling

135.520

141.922

133.712

133.292

133.054

132.810

Stadsbeheer

166.537

172.981

181.508

179.116

179.116

179.116

Stadsontwikkeling

97.913

99.592

113.932

112.290

111.719

111.542

Werk & Inkomen

72.313

91.072

98.155

93.905

94.999

95.621

Bestuurs- en Concernondersteuning

149.062

151.885

159.954

158.269

157.714

157.714

Directie Veilig

16.864

15.742

16.883

16.754

16.754

16.754

Van Werk naar Werk

19.979

10.065

9.288

6.232

6.590

2.564

Gem. Secr., Concern Auditing, Middelen & Control

14.068

16.299

15.018

14.923

14.923

14.923

Concern

720.663

748.263

777.854

762.698

762.681

758.793

Kostenplaats Raad

5.741

6.266

6.539

6.105

6.105

6.105

Concernfinancien

24.411

0

0

0

0

0

Eindtotaal

750.815

754.529

784.392

768.802

768.785

764.898

Met betrekking tot de begroting van de loonkosten is voor 2018 een stijging zichtbaar ten opzichte van de prognose 2017. Dit heeft te maken met de formatie-uitbreidingen en de toevoeging van de trend 2018. De sterke daling bij Maatschappelijke Ontwikkeling is toe te wijzen aan de verzelfstandiging van het sportbedrijf. Hierdoor neemt de formatie met 331 FTE af.

Kosten externe inhuur (x € 1.000) per organisatieonderdeel

Begroting 2017

Omissie 2017

4-Maands 2017

8-Maands Mutaties

8-Maands 2017

Realisatie 31.08.2017

Prognose 2017

Dienstverlening

1.408

1.995

2.138

2.300

4.438

2.580

4.358

Maatschappelijke ontwikkeling

6.624

6.437

8.491

231

8.722

10.622

15.240

Stadsbeheer

9.066

8.545

10.380

2.200

12.580

9.742

12.579

Stadsontwikkeling

7.262

11.128

14.780

5.983

20.763

10.665

20.863

Werk & Inkomen

2.224

3.072

10.852

3.479

14.331

11.098

14.331

Bestuurs- en Concernondersteuning

13.492

15.944

16.486

3.757

20.243

11.731

22.280

Directie Veilig

0

0

0

0

0

231

56

Van Werk naar Werk

0

0

0

0

0

219

555

Gem. Secr., Concern Auditing, Middelen & Control

246

246

546

148

695

473

600

Concern

40.322

47.368

63.673

18.099

81.772

57.360

90.862

Kostenplaats Raad

159

291

291

187

478

480

467

Eindtotaal

40.481

47.659

63.964

18.286

82.250

57.840

91.329

De bijstelling van de arbeidskosten is grotendeels toe te wijzen aan de mutaties op de begroting voor de kosten van externe inhuur.
Diverse (tijdelijke) oorzaken zijn hiervoor aan te wijzen: stijging van werkvoorraden en werkpakketten, intensiveringen als gevolg van bestuursopdrachten, verleggen van werkzaamheden en ziektevervanging. Over het algemeen geldt dat dit in eerste instantie tijdelijk wordt opgevangen door het budget voor externe inhuur te verhogen. Op het moment dat blijkt dat het structurele werkzaamheden betreft zal dit in de formatie en daarmee loonkosten worden opgenomen.
Dekking voor de genoemde bijstellingen wordt gevonden in de budget-neutrale wijzigingen in producten en overige posten zoals uitbestede werkzaamheden en programmalasten.

Kosten externe inhuur (x € 1.000) per organisatieonderdeel

Realisatie 2016

Begroting 2017

Begroting 2018

Prognose 2019

Prognose 2020

Prognose 2021

Dienstverlening

2.558

1.408

950

785

785

785

Maatschappelijke ontwikkeling

15.252

6.624

7.513

4.837

4.837

4.837

Stadsbeheer

16.247

9.066

7.841

8.144

8.144

8.144

Stadsontwikkeling

13.877

7.262

17.875

18.967

9.788

9.626

Werk & Inkomen

16.628

2.224

2.498

5.127

1.380

1.380

Bestuurs- en Concernondersteuning

19.138

13.492

12.186

10.350

10.350

10.350

Directie Veilig

722

0

0

56

0

0

Van Werk naar Werk

528

0

0

0

0

0

Gem. Secr., Concern Auditing, Middelen & Control

768

246

254

254

254

254

Concern

85.718

40.322

49.117

48.519

35.537

35.375

Kostenplaats Raad

375

159

225

225

225

225

Concernfinancien

0

0

0

0

0

0

Eindtotaal

86.093

40.481

49.343

48.745

35.762

35.600

De kosten voor externe inhuur die zijn opgenomen in de 8-maands bijstelling voor 2017 en de begroting 2018 zijn lager begroot wanneer dit wordt afgezet tegen de bijstellingen gedurende 2017 . Voor het merendeel van de clusters is het niet mogelijk om nu reeds te duiden hoe de invulling van de capaciteit gedurende een jaar maar ook meerjarig, zal verlopen. Gedurende het jaar wordt de invulling van de (extra) werkpakketten of aanvullende (tijdelijke) capaciteitsbehoefte geconcretiseerd. Dit leidt ertoe dat gedurende het jaar mutaties op het budget kosten externe inhuur zullen worden ingevoerd. Over het algemeen betreffen dit budget-neutrale wijzigingen en intensiveringen. Voor de toekomst wordt bezien in hoeverre gerealiseerde trends kunnen worden doorvertaald in de ramingen.